Sluiten

Laaggradig gliomen

Laaggradig (graad 1+2)

Deze tumoren groeien langzaam. Voor behandeling van laaggradige gliomen wordt vaak radiotherapie gegeven, gevolgd door chemotherapie. Het doel van deze behandeling is het stoppen van de groei van de tumor.

Algemene informatie

Gliomen

Wat is een glioom?

Een glioom is een hersentumor. Ondanks behandeling zal de tumor in de loop der tijd weer aangroeien. De behandeling is gericht op de kwaliteit van leven, waarbij men zo lang mogelijk kan functioneren, met zo min mogelijk klachten.

lees meer

Sluiten

Wat is een glioom?

Een glioom is een hersentumor die uit gaat van de zogenaamde steuncellen van de hersenen. De tumor groeit door in het omliggende hersenweefsel. Daardoor kan deze tumor niet  helemaal worden verwijderd. Ondanks behandeling zal de tumor in de loop der tijd weer aangroeien. De mogelijke behandelingen zijn een operatie, bestraling en chemotherapie. Deze behandelingen zijn gericht op de kwaliteit van leven, waarbij men zo lang mogelijk kan functioneren, met zo min mogelijk klachten.

Laaggradig en hooggradig

Niet alle gliomen zijn even kwaadaardig. De kwaadaardigheid van de tumor drukken we uit met ‘gradaties’. Er is een onderverdeling in: 

  • Laaggradig (graad 1+2). Deze tumoren groeien langzaam. 
  • Hooggradig (graad 3+4). Deze tumoren groeien snel. 

Graad 4 komt het meeste voor. Deze tumor wordt een glioblastoom genoemd. 

Kenmerken van een glioom

  • Een glioom zorgt niet voor uitzaaiingen naar andere organen in het lichaam. 
  • Gliomen zijn niet erfelijk.

In Nederland wordt er jaarlijks bij ongeveer 1000 mensen een glioom vastgesteld. Over de oorzaak van het krijgen van een glioom is niets bekend. 

Diagnosefase

Onderzoeken bij gliomen

Gesprek met de neuroloog

Als u klachten heeft die kunnen passen bij een verdenking op een hersentumor, dan krijgt u een eerste afspraak bij de neuroloog. De neuroloog zal deze klachten met u bespreken en een lichamelijk onderzoek uitvoeren. Tijdens dit onderzoek worden verschillende hersenfuncties onderzocht. Er wordt onder andere gekeken naar uw spierkracht, gevoel, coördinatie en reflexen. Daarnaast worden een aantal aanvullende onderzoeken gedaan, zoals een MRI-scan. Voor de definitieve diagnose is een MRI-scan niet voldoende. Hiervoor is ook weefselonderzoek nodig. 


Sluiten

Gesprek met de neuroloog

MRI-scan

Een MRI-scan maakt het mogelijk om de binnenkant van uw lichaam te bekijken en te onderzoeken. MRI (Magnetic Resonance Imaging) maakt gebruik van een zeer sterke magneet en radiogolven.

naar pagina

Multidisciplinair overleg (MDO)

Een MDO is een overleg waarbij verschillende zorgverleners samen bespreken welke behandeling voor u het beste is.

lees meer

Sluiten

Multidisciplinair overleg (MDO)

Multidisciplinair team

De meeste patiënten met (verdenking op) kanker krijgen bij onderzoek en behandeling te maken met meerdere afdelingen en specialismen. Bij elke patiënt werkt een team van verschillende zorgverleners en deskundigen samen. Dit wordt een multi­disciplinair team genoemd. De samenstelling van een multi­disciplinair team verschilt per soort kanker. 

Wat is een MDO?

Een MDO is een overleg van het multi­disciplinair team (van een bepaalde soort kanker). Een MDO wordt ook wel een patiënten­bespreking genoemd. Nadat de onderzoeken (bijna) klaar zijn, kunt u besproken worden in een MDO. Na een eventuele operatie, bij de start van een nieuwe behandeling of wanneer er bijzondere problemen zijn, kan het team u opnieuw bespreken in een MDO.

Wat gebeurt er tijdens een MDO?

Tijdens het MDO bespreekt het team de uitslagen van de onderzoeken en stelt het een diagnose. Soms is hier nog extra onderzoek voor nodig. Het MDO geeft vervolgens een advies over de voor u beste behandeling. Hierbij wordt rekening gehouden met uw leeftijd, medische voorgeschiedenis, kenmerken van de kanker en, waar mogelijk, uw eventuele wensen. Soms bespreekt het team ook in welk ziekenhuis de behandeling het beste plaats kan vinden. 

U bent zelf niet aanwezig bij het MDO. Het is een medisch overleg waarin meerdere patiënten worden besproken. Bij uw eerste afspraak na het MDO bespreekt uw zorg­verlener het advies uit het MDO met u. Samen kiest u vervolgens welke behandeling het beste bij u past. Soms is niet behandelen ook een mogelijkheid. 

Van het MDO wordt een verslag gemaakt. Dit verslag komt in uw medisch dossier. Ook uw huisarts wordt hierover geïnformeerd.

Lokaal en regionaal MDO

Er zijn lokale en regionale MDO’s. Een lokaal MDO is een overleg met zorgverleners uit uw eigen ziekenhuis.

Een regionaal MDO is een overleg met zorgverleners uit meerdere ziekenhuizen in de regio. Dit overleg gebeurt vaak via een videoverbinding. Bij een regionaal MDO doen vaak ook zorg­verleners van een gespecialiseerd centrum mee. Dit kan een topklinisch ziekenhuis of universitair medisch centrum zijn.

Afhankelijk van uw situatie wordt u besproken in een lokaal MDO, een regionaal MDO of in beide overleggen. Als u een zeer zeldzame aandoening heeft, dan kan het zijn dat uw zorgverlener ook met ziekenhuizen buiten de regio overlegd.

Wanneer u in een regionaal MDO wordt besproken, worden in uw belang uw medische gegevens gedeeld met andere ziekenhuizen. Als dit bij u het geval is, bespreekt uw zorg­verlener dit van tevoren met u. Op de pagina Samenwerking in de regio: wat betekent dat voor u als patiënt? leest u hier meer over.

Foto: Een lokaal MDO in Ziekenhuis Gelderse Vallei.

Operaties

Operaties bij gliomen

Operaties bij gliomen

Er zijn meerdere operaties mogelijk bij een glioom. De neurochirurg bespreekt met u welke operatie het meest geschikt is. Vaak wordt het nemen van een biopt en het verwijderen van de tumor met elkaar gecombineerd. Ter voorbereiding op de operatie ondergaat u een neuronavigatie MRI-scan. Dan weet de neurochirurg heel precies waar het afwijkende weefsel zit. 

Informatie over de precieze aard en graad van de tumor is nodig om de meest passende behandeling te bepalen.


Sluiten

Operaties bij gliomen

Weefselonderzoek (biopt)

Om de diagnose te stellen zal er een biopt van de tumor worden genomen. Dit wordt gedaan om de precieze aard en graad van de tumor vast te stellen. Hierna kan een eventuele behandeling worden gestart. De patholoog onderzoekt het tumorweefsel in het laboratorium. 

lees meer

Sluiten

Weefselonderzoek (biopt)

De neurochirurg boort een gaatje in de schedel. Via deze opening neemt de neurochirurg het biopt. Als de operatie klaar is, wordt het gaatje in de schedel weer dichtgemaakt. 

Het afwijkende weefsel dat door de neurochirurg is afgenomen wordt door de patholoog onderzocht. De uitslag is meestal na 2 weken bekend. 

Verwijdering hersentumor (resectie)

Bij een hersentumoroperatie verwijdert de neurochirurg via een opening in uw schedel (een deel van) de hersentumor. De neurochirurg is een arts die is gespecialiseerd in operaties aan het zenuwstelsel, waaronder de hersenen. 

lees meer

Sluiten

Verwijdering hersentumor (resectie)

Bij een hersentumoroperatie verwijdert de neurochirurg via een opening in uw schedel (een deel van) de hersentumor. 

De operatie

De neurochirurg maakt een luikje in uw schedel. Via deze opening voert de chirurg de operatie uit. Als de operatie klaar is, wordt het luikje weer teruggeplaatst in de schedel. Als de neurochirurg het weefsel op een veilige manier weg kan nemen, dan probeert hij of zij zo veel mogelijk tumorweefsel weg te halen. De ingreep is dan ook meteen een behandeling.

Het verwijderen van (een deel van) de tumor kan er voor zorgen dat uw klachten minder worden.

Na de operatie

Hoe de operatie gaat en wat de eventuele gevolgen zijn, hangt af van de plaats en de grootte van de tumor. De verwijderde tumor wordt door de patholoog onderzocht. De uitslag is meestal na 2 weken bekend.

Wakkere chirurgie

Patiënten met verdenking op een laaggradig glioom kunnen in aanmerking komen voor wakkere chirurgie. 

lees meer

Sluiten

Wakkere chirurgie

Patiënten met verdenking op een laaggradig glioom kunnen in aanmerking komen voor wakkere chirurgie. U bent dan wakker tijdens een deel van de operatie om bepaalde testjes uit te voeren. Dit wordt altijd van tevoren met u besproken.

Als een tumor in de buurt zit van belangrijke hersengebieden, zoals het motorisch centrum (dat arm-, been- en aangezicht bewegingen aanstuurt) en het spraakcentrum (dat begrip en taal aanstuurt), is het nodig de plaats van deze gebieden precies te bepalen als u wakker bent. 

Door middel van een zwak elektrisch stroompje worden delen van de hersenen geprikkeld. Tijdens de wakkere operatie moet u opdrachten uitvoeren met uw gezicht, armen, handen, vingers en benen om de neurochirurg van informatie te voorzien. Soms moet u ook verschillende spraakoefeningen doen. Hiermee wordt de kans op schade aan belangrijke hersengebieden verkleind en kan er zoveel mogelijk van de hersentumor verwijderd worden.

Uitslagfase

Uitslaggesprek

Uitslaggesprek

Wanneer alle onderzoeken zijn afgerond volgt een gesprek met uw zorgverlener. In dit gesprek krijgt u een volledig overzicht van uw medische situatie en worden de vervolgstappen samen met u bepaald. 

lees meer

Sluiten

Uitslaggesprek

Wanneer alle onderzoeken zijn afgerond volgt een gesprek met uw zorgverlener. Dit kan een arts of verpleegkundig specialist zijn. In dit gesprek krijgt u een volledig overzicht van uw medische situatie en worden de vervolgstappen samen met u bepaald. 

De belangrijkste onderwerpen die aan bod komen zijn:

  • Bevindingen van het beeldvormend onderzoek (MRI-scan)
  • Uitslag van het weefselonderzoek (biopt)
  • Soort glioom (laaggradig of hooggradig).
  • Wat de diagnose voor u betekent.
  • Verwachting van het verloop van uw ziekte

Behandelplan

Er is een behandelvoorstel opgesteld in een multidisciplinair overleg (MDO), met onder andere neurologen, radiotherapeuten, medisch oncologen en neurochirurgen. Dit voorstel wordt met u besproken. 

Ruimte voor vragen

Het gesprek biedt gelegenheid om vragen te stellen en samen met uw zorgverlener te bespreken welke behandeling het beste past. Het is verstandig om iemand mee te nemen, zodat u samen alles goed kunt onthouden. 

Andere onderwerpen die worden besproken zijn: 

  • Werking en bijwerkingen van medicijnen
  • Rijvaardigheid
  • Epilepsie
  • Lichamelijke en geestelijke klachten

Indien gewenst kunt u na het gesprek ook terecht bij een verpleegkundig specialist of verpleegkundige voor extra uitleg, begeleiding of ondersteuning.

Samen beslissen

Een operatie, medicijnen of toch liever nog even wachten? Door­behandelen of stoppen? Vaak zijn er meerdere opties, maar welke past het beste bij u?

naar pagina

Behandelfase

Behandelingen bij gliomen

Over de behandeling van gliomen


Sluiten

Over de behandeling van gliomen

Behandelmogelijkheden bij gliomen

Gliomen worden meestal behandeld met bestraling, chemotherapie of een combinatie daarvan. Het doel is om de tumorgroei te stoppen.

  • Bestraling doodt kankercellen of remt de groei van kankercellen
  • Chemotherapie bestaat uit medicijnen die de celdeling van tumorcellen remmen

Welke chemotherapie wordt gebruikt hangt af van het type glioom en uw persoonlijke situatie. Uw zorgverlener zal dit met u bespreken. 

Soms wordt ervoor gekozen om geen actieve behandeling te geven (geen bestraling of chemotherapie). In dat geval krijgt u ondersteunende zorg om de klachten zo goed mogelijk te verlichten.


Sluiten

Behandelmogelijkheden bij gliomen

Bestraling (radiotherapie)

Bestraling is een behandeling van kanker met straling. Het doel is om kankercellen kapot te maken. Een ander woord voor bestraling is radiotherapie.

naar pagina

Chemotherapie

Chemotherapie is een behandeling met cytostatica. Dit zijn medicijnen die kankercellen doden of ervoor zorgen dat deze cellen minder snel delen.

naar pagina

Nazorgfase

Controles bij gliomen

Nazorg

Als de behandeling voor het glioom is afgerond blijft u bij de neuroloog en/of de verpleegkundig specialist onder controle. U krijgt ook geregeld een MRI-scan. Deze controles zijn bedoeld om:

  • het herstel te volgen
  • te controleren of de tumor niet is teruggekeerd
  • eventuele bijwerkingen van de behandeling te monitoren en te behandelen

De controles zijn: 

  • voor laaggradig gliomen meestal iedere 6 maanden
  • voor hooggradig gliomen meestal iedere 3 maanden

Sluiten

Nazorg