Concentratie & Spreiding en AI in de zorg
Er was veel animo voor het Onco Oost-jaarsymposium: maar liefst tweehonderd belangstellenden schreven zich in. Ook dit jaar is het publiek een mix van zorgprofessionals, bestuurders en patiëntvertegenwoordigers.
naar paginaConcentratie & Spreiding en AI in de zorg
Er was veel animo voor het Onco Oost-jaarsymposium: maar liefst tweehonderd belangstellenden schreven zich in. Ook dit jaar is het publiek een mix van zorgprofessionals, bestuurders en patiëntvertegenwoordigers, die naar het symposium kwamen om bijgepraat te worden over de ontwikkelingen van Onco Oost.
Concentratie & Spreiding
Dagvoorzitter Tom van ’t Hek opent het symposium en geeft het woord aan Haiko Bloemendal, voorzitter van het dagelijks bestuur van Onco Oost. Die vertelt over de stand van zaken rondom het Integraal Zorgakkoord (IZA). Hij blikt terug op hoe het allemaal begon, en vertelt over de volumenormen en concentratieplannen, en de concrete uitwerking daarvan. Ook benoemt hij de aandachtspunten en kwalitatieve effecten van de concentratie. Daarnaast geeft hij aan enorm trots te zijn op Onco Oost. Er is veel energie en enthousiasme. Daar bouwen we de komende jaren op voort.
Daarna is het woord aan Marcel Levi, voorzitter van de NWO en als hoogleraar verbonden aan het Amsterdam UMC en de University College London. De titel van zijn presentatie is ‘Stop met zeuren’. Hij neemt de aanwezigen mee in het frame in de zorg waarmee we te maken hebben. Dat we niet voldoende geld en mensen zouden hebben om de zorg draaiende te houden. Volgens Levi klopt dat. Tenminste, als we blijven doen wat we deden. Maar we moeten veranderen. En daar zijn we best goed in, als je kijkt naar het verleden en nu. Levi geeft aan dat we misschien wel naar verschillende soorten ziekenhuizen moeten: op de ene plaats bieden we hoogcomplexe zorg, op een andere plaats laagcomplexe zorg. Levi zoomt ook nog in op efficiëntie in de zorg: het voorkomen van verspilling en het tegengaan van hoge kosten van geneesmiddelen.
Ook spreker Rob Tollenaar, voorzitter van de ronde tafel concentratie en spreiding van het Integraal Zorgakkoord (IZA), geeft aan dat het anders moet. Concentratie en spreiding zijn nodig om de zorg betaalbaar, bereikbaar en van hoge kwaliteit te houden. Concentratie is juist nodig bij hoogcomplexe zorg en spreiding bij laagcomplexe zorg. Uiteindelijk resulteert de samenwerking in regio’s als Onco Oost in gezamenlijke zorgpaden (met daarin medisch-inhoudelijke, organisatorische en financiële afspraken) en uniforme patiëntinformatie.
Verlies bij concentratie en spreiding
Daarna is het tijd voor een panelgesprek over het verlies bij concentratie en spreiding. Voor uroloog Thijn de Vocht van Bernhoven betekent de concentratie van zorg een overgang naar een nieuwe werkomgeving op een andere locatie (CWZ) en een nieuwe operatietechniek. Hij geeft aan dat het niet alleen voor hem verandert, maar ook voor zijn vertrouwde OK-team. Ook verpleegkundig specialist Kelly Sessink van Radboudumc benoemt een grote verandering voor haar. Na zestien jaar werken in het Radboudumc, verandert door de concentratie haar werkgever. Zij gaat bij CWZ werken, bij het nieuw op te richten borstkankercentrum. Dat is best spannend. Uroloog Michael Kortleve van ZGV gaat voor de behandeling van nierkanker niet mee naar Rijnstate, waar de zorg wordt geconcentreerd. Voor hem betekent dit dus een (gedwongen) verlies. Hij snapt de concentratie en ziet de toegevoegde waarde als het gaat om kwaliteit van zorg. Maar hij hoopt dat er bijvoorbeeld ook volumenormen komen op goedaardige aandoeningen, en dat die dan worden geconcentreerd bij ZGV.
AI in de zorg
Na de pauze vertelt Jimmie Honings, KNO-arts en hoofd-halschirurg bij Radboudumc, ons meer over superintelligentie. Hij vertelt enthousiast over de soorten kunstmatige intelligentie die er zijn, en over de toepassingen van AI in de zorg. En ook over de kloof tussen AI-innovaties en de klinische impact. Op dit moment gaat de computerperformance al richting de menselijke performance. Jimmie schets de mogelijke ontwikkelingen van superintelligentie en laat de zaal nadenken over wat dit zou kunnen betekenen.
Joost Huiskens, CMIO van Microsoft Nederland, sluit als laatste spreker van de middag hierop aan. Hij geeft aan dat we aan de vooravond staan van een grote verandering: iedereen heeft straks toegang tot een goede (online) dokter. We kunnen enorm veel kennis delen. Huiskens stelt ook dat we digitaal móeten innoveren om verder te komen. Maar we moeten daarbij wel centraal de dialoog voeren over wat onze waarden en zorgen zijn en hoe we die borgen.
Afsluiting
Dagvoorzitter Van ’t Hek sluit het symposium af met Hans Schoo, voorzitter van de bestuursraad van Onco Oost. Het publiek krijgt met mentimeter een aantal stellingen voorgelegd. Over de uitkomsten wordt met elkaar van gedachten gewisseld. De stellingen zijn: 1) IZA helpt onze regio om noodzakelijke stappen in de oncologische zorg te zetten. 2) AI gaat de oncologische zorg aantoonbaar verbeteren – daar ben ik van overtuigd. 3) Onco Oost zet de juiste stappen om de oncologische zorg in de regio te versterken.
Hans Schoo vult aan dat concentratie en spreiding soms ook pijn kan doen. En dat we daaraan ook aandacht moeten geven en moeten kijken naar hoe we elkaar kunnen helpen. Met die woorden werd het derde jaarsymposium van Onco Oost afgesloten. Deelnemers gaven aan: “inspirerende sprekers, inhoudelijk sterk programma, fijn om de stand van zaken van Onco Oost te horen”. We kijken terug op een ontzettend geslaagd jaarsymposium!

Presentaties

Stand van zaken Onco Oost
Prof. dr. Haiko Bloemendal, voorzitter van het dagelijks bestuur van Onco Oost, neemt ook tijdens deze editie van het symposium het woord om de aanwezigen bij te praten over de stand van zaken van Onco Oost.
Eerst gaan we even terug in de tijd. De lancering van het Integraal Zorgakkoord (IZA) om de zorg betaalbaar, toegankelijk en van hoge kwaliteit te houden. In 2022 was er de opdracht van concentratie en spreiding van hoogcomplexe oncologische en vaatchirurgische zorg. Sinds januari 2024 is er een voorgenomen besluit over de volumenormen. Daarin zijn niet alleen de snijdende specialismen meegenomen, maar ook de systeemtherapie. Met de impactanalyse van SiRM op zak, gingen de verschillende regio’s aan de slag met concentratieplannen, die ze in december 2025 opleverden. Inmiddels zijn die goedgekeurd door Zorgverzekeraars Nederland.
Uit de SiRM-analyse bleek dat er geringe impact zou zijn van tranche 1 op de productie, processen en financiën van de ziekenhuizen. Maar, zo stelt Bloemendal: er zijn diverse aandachtspunten en kwalitatieve effecten van de concentratie. Patiënten krijgen in sommige gevallen flink meer reistijd. Dat is voor de ene patiënt ingrijpender dan voor de andere patiënt. Daarnaast is nog niet bekend wat het cascade-effect van de concentratie zal zijn op opleidingen en aantrekkelijkheid van ziekenhuizen. Ook is er een toenemende tijdsinvestering bijvoorbeeld door het vele aantal MDO’s dat ontstaat.
Governance
Daarna zoomt Bloemendal in op de werktafel Governance. Deze werktafel voerde drie samenhangende opdrachten uit: het ontwikkelen van een shared care-model voor systeemtherapie, het voorstel voor een netwerknormering met interregionale toetsing en verbeterprogramma, en een voorstel voor governance, ondersteuning en financiering. Daarbij horen ook een aantal randvoorwaarden, zoals een adequate structurele financiering van de netwerkkosten. En makkelijke uitwisseling van data en beelden. Ook moeten er landelijke afspraken worden gemaakt over de organisatie van MDO’s en de bekostiging daarvan.
Overzicht en conclusies
Bloemendal vertelt dat er inmiddels zeven regionale oncologieregio’s in Nederland zijn, die ook weer samenwerken in het platform OncoNL. De transformatieplannen zijn voor alle regio’s goedgekeurd. De verdere voortgang is afhankelijk van de status van de randvoorwaarden. Bloemendal geeft ook aan dat spreiding veel moeilijker is dan concentratie. Tranche 2 is voor onbepaalde tijd uitgesteld. Bloemendal hoopt dat we eerst tranche 1 uitwerken en daarna pas starten met tranche 2. Dat geeft de tijd om de uitdagingen het hoofd te bieden en in tranche 2 te leren van de opbrengsten en leerpunten van tranche 1.
Als het gaat om concentratie van zorg (snijdende specialismen), gaan de longresecties bij longkanker vanuit Slingeland naar Rijnstate. De lokale behandeling bij nierkanker gaat van ZGV naar Rijnstate en van Bernhoven naar CWZ. De maagslokdarmkankerzorg wordt geconcentreerd in Radboudumc. Als het gaat om spreiding, maken ZGV en Slingeland daarover afspraken met Rijnstate. Bernhoven en CWZ zijn in gesprek over welke zorg van CWZ naar Bernhoven gaat. Ook het Radboudumc en Rijnstate gaan met elkaar in gesprek over mogelijkheden van spreiding. De concentratie van systeemtherapie bij nierkanker en pancreaskanker gaat volgens het shared care-model.
Samenwerken
Ondertussen bestaat Onco Oost drie jaar. Bloemendal is trots en ervaart veel energie en enthousiasme. Niet alleen van bestuurders, maar ook van artsen, verpleegkundig specialisten en communicatieadviseurs. De tumortypenetwerken (TTN’s) vormen de basis van Onco Oost, in totaal zijn dat er nu elf. Daaronder hangen de verschillende tumorwerkgroepen. Die werken aan het maken van regionale zorgpaden, MDO’s, studies en innovaties. Als aandachtspunt benoemt hij ook hier de transparantie van data.
Onco Oost organiseert door het jaar heen circa 150 netwerkbijeenkomsten. Dat is knap en laat zien hoeveel enthousiasme er is om samen te werken in onze regio. Bloemendal dankt alle betrokkenen van Onco Oost.



'Stop met zeuren ...!'
Dat was de titel van de presentatie van prof. dr. Marcel Levi, voorzitter van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) en hoogleraar geneeskunde aan de UvA en Amsterdam UMC en University College London. Want, zo stelt Levi, we worden een beetje geframed.
De media zoomen in op wat er niet goed gaat, bijvoorbeeld niet voldoende geld of niet voldoende zorgpersoneel. Dat is niet hoe Levi ernaar kijkt: hij heeft niet het idee dat we ons in een crisissituatie bevinden. Hij vindt juist dat de medische wereld nog nooit zo gaaf is geweest als nu. Hij noemt het de Gouden Eeuw van de geneeskunde. Ga maar na: de levensverwachting bij geboorte stijgt. Kinderen die nu worden geboren, hebben vijftig procent kans om 100 jaar oud te worden. De 10-jaarsoverleving van diverse soorten kankers stijgt. En er is een enorme daling van het overlijden aan acute hart- en vaatziekten. De groep honderdjarigen is de snelst groeiende groep in Nederland.
Succes
Het feit dat we te weinig geld en te weinig mensen hebben, is eigenlijk een gevolg van ons eigen succes. Levi laat een krantenkop zien: als we zo doorgaan, moet een op de drie mensen in de zorg gaan werken. Maar is dat waar? Of is ook dat een vorm van framing? Levi trekt de vergelijking met de uitvinding van de telefoon. Eerst werden bellers handmatig met elkaar doorverbonden. Toen het zo’n enorm succes werd, schreven de kranten: één op de drie mensen moet bij een telefooncentrale gaan werken. En toen kwamen er oplossingen, zoals automatisch doorverbinden. Levi verwacht dat er ook voor de zorg oplossingen gaan komen, bijvoorbeeld vanuit AI.
Dus ja: als we zo doorgaan, dan loopt het in de soep. Maar we moeten niet zó doorgaan, we moeten het anders gaan doen en out-of-the-box gaan denken. We veranderen wel, maar dat gaat nog niet snel genoeg.
Verschillende soorten ziekenhuizen
Levi blikt daarna terug op de zorg in de jaren zestig. Hij laat een foto zien van het Amsterdamse Binnengasthuis. Met daarop mensen die helemaal niet ziek ogen. Wat bleek: voor een maagzweer werd je in die tijd zes weken opgenomen. Nu wordt in een ziekenhuis veel meer high care verleend. Low care hoeft niet meer in het ziekenhuis te blijven, die patiënten krijgen zorg thuis. Dus, stelt Levi: hoezo kunnen we niet veranderen? Ziekenhuizen kunnen spectaculair veranderen.
Maar, de ziekenhuizen die er nu in Nederland zijn, lijken wel veel op elkaar, vertelt Levi. Ze willen allemaal een IC, een SEH, operatierobot en PET-scanners. Hij geeft aan dat we misschien wel naar verschillende soorten ziekenhuizen moeten. Waarbij bepaalde ziekenhuizen juist planbare zorg doen en eenvoudigere ingrepen. En waarbij complexe casussen juist in ziekenhuizen worden behandeld met een dure infrastructuur. Daar moet je geen spataderen behandelen, aldus Levi. De vraag is dus vooral: hoe houden we alles in de lucht? We kunnen niet meer alles overal doen: we moeten samenwerken in netwerken. Daarbij vertelt ook hij dat concentratie niet het moeilijkste onderdeel is. Dat is spreiding.
Kosten
Een ander frame dat gebruikt wordt, is dat de zorg heel duur is. Maar wat blijkt: het onderdeel curatieve zorg is de laatste jaren redelijk stabiel gebleven. Dat betekent volgens Levi niet dat je niet moet kijken hoe het efficiënter kan. Is er verspilling in het systeem? Bijvoorbeeld door overbehandeling, onnodige follow-up, bureaucratie en ‘pricing failures’? De jaarlijkse uitgaven aan dure en weesgeneesmiddelen stijgt. Het zou goed zijn om daar kritisch naar te kijken: moet alles wat op de markt komt, worden voorgeschreven? Bovendien zijn we aan het rantsoeneren: is dat wel ethisch?
Een andere vraag is: waarom is het geneesmiddel eigenlijk zo duur? De farmaceuten geven aan dat er veel research gedaan moet worden, maar dat is niet per se waar. Wat wel waar is: de farmaceuten maken woekerwinsten. Alle dokters moeten zich druk maken over: wie krijgt het medicijn wel en wie krijgt het niet. Maar ook over de vraag: waaróm is het middel zo duur, en waarom pikken we dat? Een oplossing zou kunnen liggen in het verkorten van de patentduur. Levi stelt: we hebben de plicht te strijden tegen onnodig exorbitante prijzen die (ongezien) schade berokkenen aan onze patiënten en vooruitgang in de weg staan.



AI: van innovatie naar impact in de zorg
Joost Huiskens, CMIO van Microsoft Nederland, vertelt ons meer over AI in de gezondheidszorg. Hij zoomt in op de uitdagingen, zoals de continuïteit van zorg en het welzijn van de zorgmedewerkers. Maar ook de financiële houdbaarheid en de cybersecurity.
Huiskens geeft aan dat we aan de vooravond staan van een grote verandering: iedereen heeft straks toegang tot een goede (online) dokter. We kunnen enorm veel kennis delen. Huiskens stelt ook dat we digitaal móeten innoveren om verder te komen. Maar we moeten daarbij wel centraal de dialoog voeren over wat onze waarden en zorgen zijn en hoe we die borgen.
Mogelijkheden van AI
We zijn op weg naar een transformatie. Van een mens die AI als assistent gebruikt, naar AI die zelf kan redeneren. Aan ons de taak om AI goed te implementeren, zodat het ook daadwerkelijk gebruikt gaat worden. We moeten dus duidelijk laten zien wat de voordelen zijn, en de ervaring van de zorgprofessional en patiënt verbeteren.
Een voorbeeld daarvan is AI in de spreekkamer. Waar een zorgprofessional nu nog veel bezig is met naar het beeldscherm kijken om alle informatie in te voeren, zorgt AI ervoor dat het gesprek meteen in het patiëntdossier komt – met een eenvoudige samenvatting voor de patiënt zelf. En zo geeft AI de mogelijkheid voor meer menselijke interactie. Met AI kun je bovendien de benodigde informatie ophalen en orders automatiseren.
Waar gaat het naartoe?
Waar we nu nog voor elke medewerker Copilot hebben, hebben we straks voor elk proces een agent (AI-oplossing) om taken uit te voeren. Bijvoorbeeld voor het beoordelen van pathologiebeelden. Maar is dat voldoende? In Amerika wordt veel meer AI gebruikt dan in Nederland. De regelgeving is daar soepeler. Het gaat er telkens om te kijken naar: wat is de wet- en regelgeving en wat zijn onze waarden? En vervolgens daarnaar handelen.
Microsoft speelt daarop in, door responsible AI-innovatie te ontwikkelen voor de gezondheidszorg. Ook de bouw van de AI-agents gaat steeds verder. Van eenvoudige helpdesk-agents, die bijvoorbeeld de patiënt helpen met ‘hoe vind ik de route naar afdeling X’, naar een researcher-agent die antwoord geeft op de vraag ‘hoe zou ik kosten kunnen besparen op afdeling X met behulp van AI?’.
Geavanceerdere-agents kunnen ook plannen, bijvoorbeeld ‘Stem af met andere agents hoe en wanneer de CT-scan voor patiënt X kan worden gepland’. Tot aan ‘De agent ziet een tekort aan voorraad X, zet de bestelling klaar en vraagt akkoord aan persoon Y’. Als uitdagingen ziet Huiskens de groeiende kloof tussen bestaande en benodigde resources. Maar, de ontwikkeling gaat hoe dan ook door. “Today is the slowest it will ever be.”


Verlies bij concentratie & spreiding
Dan is het tijd voor een paneldiscussie over verlies bij concentratie en spreiding. Aangeschoven zijn Kelly Sessink, verpleegkundig specialist van het Radboudumc, Thijn de Vocht, uroloog bij Bernhoven en Michael Kortleve, uroloog bij Ziekenhuis Gelderse Vallei (ZGV).
De Vocht is nu de enige urologische laparascopist in Bernhoven. Hij had zelf al het idee dat samenwerking nodig was, want in je eentje ben je kwetsbaar. De Vocht gaat met zijn patiënten mee van Bernhoven naar CWZ voor de behandeling van urologische kankers. Daar gaat hij werken met de operatierobot. Hij kijkt uit naar het leren van een nieuwe techniek. Het is een mooie uitdaging om in een ander ziekenhuis aan de slag te gaan. Hij kent de collega’s al, ze hebben elkaar benaderd voor deze samenwerking.
Maar wat hij lastig vindt: hij gaat het OK-team van Bernhoven missen. Daarmee werkt hij al zestien jaar samen. Dus het gaat niet alleen voor hem anders worden, maar voor het hele team. Hij hoopt dat er in Bernhoven ook iets voor terugkomt, bijvoorbeeld de benigne urologie. Er is immers voldoende OK-capaciteit.
De Vocht geeft aan dat er een gunfactor is onder collega’s: we willen proberen allemaal te doen wat we graag doen. Hij roept collega’s dan ook op om elkaar op te zoeken om samen te werken: dat is leuk en ontzettend leerzaam.
Andere werkgever
Voor Kelly Sessink gaat er ook veel veranderen. Zij gaat samen met collega’s van het CWZ werken in een regionaal borstcentrum. Voor haar betekent het concreet dat ze bij een andere werkgever gaat werken. En dat geeft onzekerheid. Want, zo vertelt ze, je ontleent een deel van je identiteit aan wat je doet en wie je bent in het ziekenhuis waar je werkt.
Hoe gaat het werk er straks uitzien? Hoe zijn mijn collega’s daar, hoe gaat het op de nieuwe werkplek zijn? In het echt is dat anders dan op papier. We moeten samen een nieuw team vormen en dat vraagt inspanning. Je moet elkaar leren kennen, en elkaars sterke kanten leren. Samenwerken is een kwestie van geven en nemen. Sessink kijkt er positief naar: ze is benieuwd naar de nieuwe collega’s. Door de krachten nu in één centrum te bundelen, verbetert de kwaliteit van de zorg.
Volumenormen op goedaardige aandoeningen
Michael Kortleve gaat voor de behandeling van nierkanker niet mee naar Rijnstate, waar de zorg wordt geconcentreerd. Voor hem betekent dit dus een (gedwongen) verlies. Maar voor de regio is het beter. Door samen te werken leer je veel van elkaar, je expertise wordt groter. En dat komt de kwaliteit van zorg ten goede.
Kortleve hoopt wel dat er iets goeds voor in de plaats komt in ZGV. Want dat is een van zijn zorgen: kun je wel voldoende personeel vinden, ook als er bepaalde ingrepen niet meer gedaan worden? Ook financieel heeft het gevolgen als bepaalde ingrepen elders worden gedaan.
Kortleve stelt ook dat we het in het IZA vooralsnog alleen hebben over oncologische zorg, maar dat je wellicht ook volumenormen kunt zetten op goedaardige aandoeningen. Die kun je ook concentreren. Hij geeft aan dat hij het goed vindt dat er door de Federatie Medisch Specialisten op de pauzeknop is gedrukt. Dat geeft de tijd om te kijken hoe tranche 1 gaat uitwerken. Voor ziekenhuizen en zorgprofessionals, maar ook voor patiënten.



Superintelligentie: het mooiste of laatste dat ons overkomt
Aan het woord is Jimmie Honings, KNO-arts en hoofd-halschirurg bij Radboudumc. Eerst vraagt hij de aanwezigen wie ChatGPT gebruikt. Verschillende handen gaan omhoog. Maar op de vraag wie al eens een volledig artikel of proefschrift heeft laten schrijven door ChatGPT, blijft de zaal een stuk stiller.
Toch laten cijfers zien dat nu ongeveer de helft van de artikelen door AI wordt geschreven. Honings vraagt ook wie zich zorgen maakt over AI. Hij zelf wel. Alsof we onbezorgd op het strand spelen, terwijl de storm zich achter de horizon verzamelt. AI wordt gezien als het achtste wereldwonder: er is sprake van exponentiële groei. Honings vergelijkt het met het dubbelvouwen van een vel papier: na vijftig keer vouwen is het papier net zo dik als de afstand tussen de aarde en de zon. Zo snel ontwikkelt AI zich ook.
Maar wat is AI nou eigenlijk precies?
In één woord: kunstintelligentie. Er zijn drie vormen: kunstmatige smalle intelligentie, zoals TomTom, Siri of ChatGPT. Daarna komt kunstmatige algemene intelligentie, ongeveer net zo intelligent als de mens. Als we dat level bereiken, voelt dat voor ons mensen als een mijlpaal. Maar de ontwikkeling gaat verder. Op weg naar kunstmatige superintelligentie, dat is bovenmenselijke intelligentie. Het is niet de vraag óf we die bereiken, maar wanneer.
En als AI ons voorbijstreeft, dan gaat dat hoe dan ook invloed op ons hebben. Misschien positief, bijvoorbeeld door het CO2-probleem op te lossen, of door honger de wereld uit te helpen. Of door oneindig leven? Of superintelligentie denkt: de mens zit mij in de weg…
Waar staan we nu?
AI verbetert met de minuut. Dat zien we ook terug in de zorg. Honings noemt een aantal voorbeelden: het herkennen van sepsis of een analyse van emoties en aandoeningen op basis van stemgeluid. AI is ook heel goed in het herkennen van patronen, en dat is handig bij radiologie en pathologie. Het aantal diagnostische fouten daalde met 42% in ziekenhuizen met AI-ondersteuning, vergeleken met instellingen zonder AI.
AI wordt niet alleen ingezet in de curatieve sector, maar heeft ook toegevoegde waarde in de ouderenzorg, waar AI een maatje kan zijn. De wereldwijde markt voor AI in de zorg betreft zo’n 67,4 miljard euro.
Kloof
Daarna zoomt Honings in op de kloof tussen AI-innovaties en de klinische impact. Er is een gebrek aan betrouwbare en gestructureerde data. AI is nog niet goed genoeg om kosteneffectief te zijn. De meeste AI is nog experimenteel en nog niet klaar voor klinisch gebruik. En er zijn zorgen over privacy en aansprakelijkheid. Op andere terreinen is AI al meer ingeburgerd. Denk aan serveerrobots in restaurants of – een stuk futuristischer – zelfrijdende taxi’s of robothonden als huisdier.
De toekomst
Op dit moment gaat de computerperformance al richting de menselijke performance. Maar hoe gaat dat in de toekomst? Honings maakt de vergelijking met mensen en mieren. Wij hebben geen haat naar mieren, maar we zijn amoreel tegenover mieren. Als er een huis gebouwd moet worden, en er is daar een mierenhoop, dan schuiven we de mierenhoop aan de kant.
Het is heel voorstelbaar dat superintelligente AI precies zo over ons mensen denkt. Die AI zal ons niet haten, maar zal ons ook niet missen. Misschien is het wel tijd voor de tien geboden voor AI (“Gij zult de mens niet schaden”). We zijn nu bezig met een ratrace om wie het eerst bij superintelligentie is. Daarbij is niet alleen Microsoft aan het werk, maar ook landen als China en Rusland. Hoe gaan zij om met data en informatieveiligheid?
Honings besluit met wat de geschiedenis ons heeft geleerd: dat de meest intelligente soort op aarde uiteindelijk ook de sterkste wordt – en alle andere levensvormen overheerst.






