Sluiten

Concentratie & Spreiding en AI in de zorg

Er was veel animo voor het Onco Oost-jaarsymposium: maar liefst tweehonderd belang­stellenden schreven zich in. Ook dit jaar is het publiek een mix van zorg­professionals, bestuurders en patiënt­vertegen­woordigers, die naar het symposium kwamen om bijgepraat te worden over de ontwikkelingen van Onco Oost.

Concentratie & Spreiding

Dagvoorzitter Tom van ’t Hek opent het symposium en geeft het woord aan Haiko Bloemendal, voorzitter van het dagelijks bestuur van Onco Oost. Die vertelt over de stand van zaken rondom het Integraal Zorgakkoord (IZA). Hij blikt terug op hoe het allemaal begon, en vertelt over de volume­normen en concentratie­plannen, en de concrete uitwerking daarvan. Ook benoemt hij de aandachts­punten en kwalitatieve effecten van de concentratie. Daarnaast geeft hij aan enorm trots te zijn op Onco Oost. Er is veel energie en enthousiasme. Daar bouwen we de komende jaren op voort.

Daarna is het woord aan Marcel Levi, voorzitter van de NWO en als hoogleraar verbonden aan het Amsterdam UMC en de University College London. De titel van zijn presentatie is ‘Stop met zeuren’. Hij neemt de aanwezigen mee in het frame in de zorg waarmee we te maken hebben. Dat we niet voldoende geld en mensen zouden hebben om de zorg draaiende te houden. Volgens Levi klopt dat. Tenminste, als we blijven doen wat we deden. Maar we moeten veranderen. En daar zijn we best goed in, als je kijkt naar het verleden en nu. Levi geeft aan dat we misschien wel naar verschillende soorten zieken­huizen moeten: op de ene plaats bieden we hoog­complexe zorg, op een andere plaats laag­complexe zorg. Levi zoomt ook nog in op efficiëntie in de zorg: het voorkomen van verspilling en het tegengaan van hoge kosten van genees­middelen.

Ook spreker Rob Tollenaar, voorzitter van de ronde tafel concentratie en spreiding van het Integraal Zorgakkoord (IZA), geeft aan dat het anders moet. Concentratie en spreiding zijn nodig om de zorg betaalbaar, bereikbaar en van hoge kwaliteit te houden. Concentratie is juist nodig bij hoog­complexe zorg en spreiding bij laag­complexe zorg. Uiteindelijk resulteert de samen­werking in regio’s als Onco Oost in gezamen­lijke zorgpaden (met daarin medisch-inhoudelijke, organisatorische en financiële afspraken) en uniforme patiënt­informatie.

Verlies bij concentratie en spreiding

Daarna is het tijd voor een panelgesprek over het verlies bij concentratie en spreiding. Voor uroloog Thijn de Vocht van Bernhoven betekent de concentratie van zorg een overgang naar een nieuwe werk­omgeving op een andere locatie (CWZ) en een nieuwe operatie­techniek. Hij geeft aan dat het niet alleen voor hem verandert, maar ook voor zijn vertrouwde OK-team. Ook verpleeg­kundig specialist Kelly Sessink van Radboudumc benoemt een grote verandering voor haar. Na zestien jaar werken in het Radboudumc, verandert door de concentratie haar werkgever. Zij gaat bij CWZ werken, bij het nieuw op te richten borst­kanker­centrum. Dat is best spannend. Uroloog Michael Kortleve van ZGV gaat voor de behandeling van nierkanker niet mee naar Rijnstate, waar de zorg wordt geconcentreerd. Voor hem betekent dit dus een (gedwongen) verlies. Hij snapt de concentratie en ziet de toegevoegde waarde als het gaat om kwaliteit van zorg. Maar hij hoopt dat er bijvoorbeeld ook volume­normen komen op goed­aardige aandoeningen, en dat die dan worden geconcentreerd bij ZGV. 

AI in de zorg

Na de pauze vertelt Jimmie Honings, KNO-arts en hoofd-hals­chirurg bij Radboudumc, ons meer over super­intelligentie. Hij vertelt enthousiast over de soorten kunst­matige intelligentie die er zijn, en over de toepassingen van AI in de zorg. En ook over de kloof tussen AI-innovaties en de klinische impact. Op dit moment gaat de computer­perfor­mance al richting de menselijke performance. Jimmie schets de mogelijke ontwikke­lingen van super­intelligentie en laat de zaal nadenken over wat dit zou kunnen betekenen.

Joost Huiskens, CMIO van Microsoft Nederland, sluit als laatste spreker van de middag hierop aan. Hij geeft aan dat we aan de vooravond staan van een grote verandering: iedereen heeft straks toegang tot een goede (online) dokter. We kunnen enorm veel kennis delen. Huiskens stelt ook dat we digitaal móeten innoveren om verder te komen. Maar we moeten daarbij wel centraal de dialoog voeren over wat onze waarden en zorgen zijn en hoe we die borgen.

Afsluiting

Dagvoorzitter Van ’t Hek sluit het symposium af met Hans Schoo, voorzitter van de bestuurs­raad van Onco Oost. Het publiek krijgt met menti­meter een aantal stellingen voorgelegd. Over de uitkomsten wordt met elkaar van gedachten gewisseld. De stellingen zijn: 1) IZA helpt onze regio om noodzakelijke stappen in de oncologische zorg te zetten. 2) AI gaat de oncologische zorg aan­toon­baar verbeteren – daar ben ik van overtuigd. 3) Onco Oost zet de juiste stappen om de oncologische zorg in de regio te versterken.

Hans Schoo vult aan dat concentratie en spreiding soms ook pijn kan doen. En dat we daaraan ook aandacht moeten geven en moeten kijken naar hoe we elkaar kunnen helpen. Met die woorden werd het derde jaar­symposium van Onco Oost afgesloten. Deelnemers gaven aan: “inspirerende sprekers, inhoudelijk sterk programma, fijn om de stand van zaken van Onco Oost te horen”. We kijken terug op een ontzettend geslaagd jaarsymposium!

Concentratie & Spreiding en AI in de zorg

Er was veel animo voor het Onco Oost-jaar­­symposium: maar liefst twee­­honderd belang­­stellenden schreven zich in. Ook dit jaar is het publiek een mix van zorg­­professionals, bestuurders en patiënt­­vertegen­­woordigers.

naar pagina

Presentaties


Sluiten

Stand van zaken Onco Oost

Prof. dr. Haiko Bloemendal, voorzitter van het dagelijks bestuur van Onco Oost, neemt ook tijdens deze editie van het symposium het woord om de aanwezigen bij te praten over de stand van zaken van Onco Oost.

Eerst gaan we even terug in de tijd. De lancering van het Integraal Zorg­akkoord (IZA) om de zorg betaalbaar, toegankelijk en van hoge kwaliteit te houden. In 2022 was er de opdracht van concentratie en spreiding van hoog­complexe onco­logische en vaat­chirurgische zorg. Sinds januari 2024 is er een voorgenomen besluit over de volume­normen. Daarin zijn niet alleen de snijdende specialismen meegenomen, maar ook de systeem­therapie. Met de impact­analyse van SiRM op zak, gingen de verschillende regio’s aan de slag met concen­tratie­plannen, die ze in december 2025 opleverden. Inmiddels zijn die goedgekeurd door Zorgverzekeraars Nederland.

Uit de SiRM-analyse bleek dat er geringe impact zou zijn van tranche 1 op de productie, processen en financiën van de ziekenhuizen. Maar, zo stelt Bloemendal: er zijn diverse aandachts­punten en kwalitatieve effecten van de concentratie. Patiënten krijgen in sommige gevallen flink meer reistijd. Dat is voor de ene patiënt ingrijpender dan voor de andere patiënt. Daarnaast is nog niet bekend wat het cascade-effect van de concentratie zal zijn op opleidingen en aantrek­kelijk­heid van ziekenhuizen. Ook is er een toenemende tijds­investering bijvoorbeeld door het vele aantal MDO’s dat ontstaat.

Governance

Daarna zoomt Bloemendal in op de werktafel Governance. Deze werktafel voerde drie samen­hangende opdrachten uit: het ontwikkelen van een shared care-model voor systeem­therapie, het voorstel voor een netwerk­normering met inter­regionale toetsing en verbeter­programma, en een voorstel voor governance, ondersteuning en financiering. Daarbij horen ook een aantal rand­voorwaarden, zoals een adequate structurele finan­ciering van de netwerk­kosten. En makkelijke uitwisseling van data en beelden. Ook moeten er landelijke afspraken worden gemaakt over de organisatie van MDO’s en de bekostiging daarvan.

Overzicht en conclusies

Bloemendal vertelt dat er inmiddels zeven regionale oncologie­regio’s in Nederland zijn, die ook weer samen­werken in het platform OncoNL. De transformatie­plannen zijn voor alle regio’s goedgekeurd. De verdere voortgang is afhankelijk van de status van de rand­voor­waarden. Bloemendal geeft ook aan dat spreiding veel moeilijker is dan concentratie. Tranche 2 is voor onbepaalde tijd uitgesteld. Bloemendal hoopt dat we eerst tranche 1 uitwerken en daarna pas starten met tranche 2. Dat geeft de tijd om de uitdagingen het hoofd te bieden en in tranche 2 te leren van de opbrengsten en leerpunten van tranche 1.

Als het gaat om concentratie van zorg (snijdende specialismen), gaan de longresecties bij longkanker vanuit Slingeland naar Rijnstate. De lokale behandeling bij nierkanker gaat van ZGV naar Rijnstate en van Bernhoven naar CWZ. De maag­slokdarm­kanker­zorg wordt geconcentreerd in Radboudumc. Als het gaat om spreiding, maken ZGV en Slingeland daarover afspraken met Rijnstate. Bernhoven en CWZ zijn in gesprek over welke zorg van CWZ naar Bernhoven gaat. Ook het Radboudumc en Rijnstate gaan met elkaar in gesprek over mogelijk­heden van spreiding. De concentratie van systeem­therapie bij nierkanker en pancreas­kanker gaat volgens het shared care-model. 

Samenwerken

Ondertussen bestaat Onco Oost drie jaar. Bloemendal is trots en ervaart veel energie en enthousiasme. Niet alleen van bestuurders, maar ook van artsen, verpleeg­kundig specialisten en communicatie­adviseurs. De tumor­type­net­werken (TTN’s) vormen de basis van Onco Oost, in totaal zijn dat er nu elf. Daaronder hangen de verschillende tumor­werk­groepen. Die werken aan het maken van regionale zorgpaden, MDO’s, studies en innovaties. Als aandachts­punt benoemt hij ook hier de transparantie van data.

Onco Oost organiseert door het jaar heen circa 150 netwerk­bijeen­komsten. Dat is knap en laat zien hoeveel enthousiasme er is om samen te werken in onze regio. Bloemendal dankt alle betrokkenen van Onco Oost.


Sluiten

'Stop met zeuren ...!'

Dat was de titel van de presentatie van prof. dr. Marcel Levi, voorzitter van de Nederlandse Organisatie voor Weten­schap­pelijk Onderzoek (NWO) en hoogleraar genees­kunde aan de UvA en Amsterdam UMC en University College London. Want, zo stelt Levi, we worden een beetje geframed.

De media zoomen in op wat er niet goed gaat, bijvoor­beeld niet voldoende geld of niet voldoende zorg­personeel. Dat is niet hoe Levi ernaar kijkt: hij heeft niet het idee dat we ons in een crisis­situatie bevinden. Hij vindt juist dat de medische wereld nog nooit zo gaaf is geweest als nu. Hij noemt het de Gouden Eeuw van de geneeskunde. Ga maar na: de levens­verwachting bij geboorte stijgt. Kinderen die nu worden geboren, hebben vijftig procent kans om 100 jaar oud te worden. De 10-jaars­overleving van diverse soorten kankers stijgt. En er is een enorme daling van het over­lijden aan acute hart- en vaat­ziekten. De groep honderd­jarigen is de snelst groeiende groep in Nederland.

Succes

Het feit dat we te weinig geld en te weinig mensen hebben, is eigenlijk een gevolg van ons eigen succes. Levi laat een krantenkop zien: als we zo doorgaan, moet een op de drie mensen in de zorg gaan werken. Maar is dat waar? Of is ook dat een vorm van framing? Levi trekt de vergelijking met de uitvinding van de telefoon. Eerst werden bellers handmatig met elkaar door­ver­bonden. Toen het zo’n enorm succes werd, schreven de kranten: één op de drie mensen moet bij een telefoon­centrale gaan werken. En toen kwamen er oplos­sing­en, zoals automatisch door­verbinden. Levi verwacht dat er ook voor de zorg oplos­sing­en gaan komen, bijvoor­beeld vanuit AI.

Dus ja: als we zo doorgaan, dan loopt het in de soep. Maar we moeten niet zó doorgaan, we moeten het anders gaan doen en out-of-the-box gaan denken. We veranderen wel, maar dat gaat nog niet snel genoeg.

Verschillende soorten ziekenhuizen

Levi blikt daarna terug op de zorg in de jaren zestig. Hij laat een foto zien van het Amster­damse Binnen­gasthuis. Met daarop mensen die helemaal niet ziek ogen. Wat bleek: voor een maagzweer werd je in die tijd zes weken opgenomen. Nu wordt in een zieken­huis veel meer high care verleend. Low care hoeft niet meer in het ziekenhuis te blijven, die patiënten krijgen zorg thuis. Dus, stelt Levi: hoezo kunnen we niet veranderen? Zieken­huizen kunnen spectaculair veranderen.

Maar, de zieken­huizen die er nu in Nederland zijn, lijken wel veel op elkaar, vertelt Levi. Ze willen allemaal een IC, een SEH, operatierobot en PET-scanners. Hij geeft aan dat we misschien wel naar verschil­lende soorten zieken­huizen moeten. Waarbij bepaalde zieken­huizen juist planbare zorg doen en eenvoudigere ingrepen. En waarbij complexe casussen juist in zieken­huizen worden behandeld met een dure infra­structuur. Daar moet je geen spataderen behandelen, aldus Levi. De vraag is dus vooral: hoe houden we alles in de lucht? We kunnen niet meer alles overal doen: we moeten samen­werken in netwerken. Daarbij vertelt ook hij dat con­cen­tratie niet het moeilijkste onderdeel is. Dat is spreiding.

Kosten

Een ander frame dat gebruikt wordt, is dat de zorg heel duur is. Maar wat blijkt: het onder­deel curatieve zorg is de laatste jaren redelijk stabiel gebleven. Dat betekent volgens Levi niet dat je niet moet kijken hoe het efficiënter kan. Is er verspilling in het systeem? Bij­voor­beeld door over­behandeling, onnodige follow-up, bureaucratie en ‘pricing failures’? De jaarlijkse uitgaven aan dure en wees­genees­middelen stijgt. Het zou goed zijn om daar kritisch naar te kijken: moet alles wat op de markt komt, worden voorgeschreven? Bovendien zijn we aan het rant­soeneren: is dat wel ethisch?

Een andere vraag is: waarom is het genees­middel eigenlijk zo duur? De farmaceuten geven aan dat er veel research gedaan moet worden, maar dat is niet per se waar. Wat wel waar is: de farmaceuten maken woeker­winsten. Alle dokters moeten zich druk maken over: wie krijgt het medicijn wel en wie krijgt het niet. Maar ook over de vraag: waaróm is het middel zo duur, en waarom pikken we dat? Een oplossing zou kunnen liggen in het verkorten van de patent­duur. Levi stelt: we hebben de plicht te strijden tegen onnodig exorbitante prijzen die (ongezien) schade berokkenen aan onze patiënten en vooruitgang in de weg staan.


Sluiten

'...ondertussen in de buitenwereld'

Dan is het woord aan prof. dr. Rob Tollenaar, de voorzitter van het programma passende zorg in de oncologische regio’s van het Integraal Zorg­akkoord (IZA). Ook hij zoomt nog even in op het waarom van het IZA. Dat akkoord ligt er om de zorg toegankelijk, betaalbaar en van hoge kwaliteit te houden. Dat is nodig, gezien het stijgende aantal 75-plussers en het personeels­tekort. We kunnen dus niet doorgaan op de huidige weg. Want dat zorgt voor stijgende kosten, langere wachtlijsten, meer mensen die in de zorg moeten werken en overbelaste zorg­professionals. 

We moeten dus werken aan een toekomst­bestendig zorg­land­schap op basis van concen­tratie en spreiding. Het IZA legt het accent op samen­werking over de instellingen heen. Dat idee is overigens niet iets van de afgelopen jaren, al in 2012 verscheen er een rapport over de concentratie van zorg. Met als argument de relatie tussen volume en uitkomst: als je iets vaker doet, gaat het beter. Als voorbeeld noemt Tollenaar de concentratie van pancreas­chirurgie waarbij de uitkomsten veel beter werden. Daarom zijn er volume­normen vast­gesteld voor de interventies van tranche 1.

Een ander onderwerp is spreiding. Tollenaars geeft aan dat concentratie juist nodig is bij hoog­complexe zorg en spreiding bij laag­complexe zorg. Uiteindelijk resulteert de samen­werking in gezamenlijke zorgpaden (met daarin medisch-inhoudelijke, organisatorische en financiële afspraken) en uniforme patiënt­informatie.

Waar staan we nu?

Het plan was om op weg te gaan naar tranche 2, met daarin oncologische zorg en mogelijk ook andere zorg. Om verder te gaan met de governance in de regio en het inrichten van netwerk­zorg. Maar de Federatie Medisch Specialisten (FMS) drukte in oktober 2025 op de pauzeknop. Met als argument: we moeten werk maken van spreiding van basis- en laag­complexe zorg om de toegankelijk­heid van zorg in de regio’s te waarborgen. Ook vroeg FMS te zorgen voor realisatie van de in het IZA vastgelegde rand­voorwaarden. Er is nu volop overleg tussen FMS en het ministerie van VWS, en andere IZA-partijen.

Moreel kompas

Tollenaar benoemt ook het moreel kompas: hoe houden we de kernwaarden solidariteit, toegankelijk­heid, betaal­baar­heid en goede kwaliteit overeind? En hoe zorgen we voor maat­schap­pelijke verant­woordelijk­heid en dat de patiënt centraal blijft staan? Wat is de invloed van concentratie en spreiding op de zorgmissie van de instelling (wat gebeurt daarmee als je een deel van de zorg moet afstaan?) en het IZA regio­perspectief (wat gebeurt daarmee als je moet geven en nemen?).

Tollenaar zoomt dan in op de vraag: wie staat er écht centraal? Als je beslissingen moet nemen over concentratie en spreiding, stel jezelf dan de vragen: zou ik dit ook kiezen als het mijn naaste betrof? Verbetert dit aantoon­baar de uitkomst voor deze patiënten­groep? Kan ik dit publiek verantwoorden? En wat laat ik los om het regionaal beter te maken? En welke beslissing nemen we als het instituuts­belang en patiënt­belang botsen?

Hoe nu verder?

De volgende stappen zijn het verder vormgeven van de regionale samen­werking als het gaat om governance en financiën. Daarnaast wordt gewerkt aan datadelen en trans­pa­rantie, om zo te leren en te verbeteren. Tollenaar reflecteert ook op het huidige proces: soms lijkt het proces van concentreren wel wat op kwartetten. De norm halen en behoud van zorg is het doel. Zieken­huizen zijn bang voor verlies en willen daarvoor iets terug. Gevolg daarvan is fragmentatie van zorg.

Ook geeft Tollenaar aan dat spreiding ingewikkeld is. Het is eigenlijk ook geen spreiding, het is substitutie. Daarmee gaat het klassieke ziekenhuis zoals wij dat kennen, verdwijnen. Hoogcomplexe zorg gaat dan naar zieken­huizen met de daarvoor benodigde infra­struc­tuur, laagcomplexe zorg naar andere zieken­huizen. Het gesprek nu gaat dus over regionale taak­verdeling, maar ook over de portfolio’s per ziekenhuis.

Tranche 2

Tot slot zoomt Tollenaar in op de volumenormen in tranche 2. Hij benoemt hierbij dat er veel zorgen zijn vanuit de verschillende zieken­huizen. Ook daar ziet hij het risico van verder­gaan met ‘kwartetten’, waardoor er een lappen­deken kan ontstaan aan zorg. Of zit de oplossing in een regionale taak­verdeling? Zijn visie: zorg voor ziekenhuis­overstijgende samen­werkings­verbanden. Laat dokters en bestuurders daarbij samen optrekken, zodat werk­plezier en expertise behouden blijven. Regel de samen­werking structureel goed en niet als bijzaak. Samen werk je naar een duidelijke profiel­invulling van zieken­huizen. Zijn advies hierbij aan Onco Oost: blijf proactief werken aan een samen­hangend plan voor de regio. Zo blijf je in de lead.


Sluiten

AI: van innovatie naar impact in de zorg

Joost Huiskens, CMIO van Microsoft Nederland, vertelt ons meer over AI in de gezond­heids­zorg. Hij zoomt in op de uitdagingen, zoals de continuïteit van zorg en het welzijn van de zorg­medewerkers. Maar ook de financiële houd­baar­heid en de cyber­security.

Huiskens geeft aan dat we aan de vooravond staan van een grote verandering: iedereen heeft straks toegang tot een goede (online) dokter. We kunnen enorm veel kennis delen. Huiskens stelt ook dat we digitaal móeten innoveren om verder te komen. Maar we moeten daarbij wel centraal de dialoog voeren over wat onze waarden en zorgen zijn en hoe we die borgen.

Mogelijkheden van AI

We zijn op weg naar een transformatie. Van een mens die AI als assistent gebruikt, naar AI die zelf kan redeneren. Aan ons de taak om AI goed te implementeren, zodat het ook daad­werkelijk gebruikt gaat worden. We moeten dus duidelijk laten zien wat de voor­delen zijn, en de ervaring van de zorg­professional en patiënt verbeteren.

Een voorbeeld daarvan is AI in de spreekkamer. Waar een zorg­professional nu nog veel bezig is met naar het beeldscherm kijken om alle informatie in te voeren, zorgt AI ervoor dat het gesprek meteen in het patiënt­dossier komt – met een eenvoudige samen­vatting voor de patiënt zelf. En zo geeft AI de mogelijk­heid voor meer menselijke interactie. Met AI kun je bovendien de benodigde informatie ophalen en orders automatiseren.

Waar gaat het naartoe?

Waar we nu nog voor elke medewerker Copilot hebben, hebben we straks voor elk proces een agent (AI-oplossing) om taken uit te voeren. Bij­voor­beeld voor het beoordelen van pathologie­beelden. Maar is dat voldoende? In Amerika wordt veel meer AI gebruikt dan in Nederland. De regel­geving is daar soepeler. Het gaat er telkens om te kijken naar: wat is de wet- en regel­geving en wat zijn onze waarden? En vervolgens daarnaar handelen.

Microsoft speelt daarop in, door responsible AI-innovatie te ontwikkelen voor de gezond­heids­zorg. Ook de bouw van de AI-agents gaat steeds verder. Van eenvoudige helpdesk-agents, die bijvoor­beeld de patiënt helpen met ‘hoe vind ik de route naar afdeling X’, naar een researcher-agent die antwoord geeft op de vraag ‘hoe zou ik kosten kunnen besparen op afdeling X met behulp van AI?’.

Geavanceerdere-agents kunnen ook plannen, bijvoorbeeld ‘Stem af met andere agents hoe en wanneer de CT-scan voor patiënt X kan worden gepland’. Tot aan ‘De agent ziet een tekort aan voorraad X, zet de bestelling klaar en vraagt akkoord aan persoon Y’. Als uitdagingen ziet Huiskens de groeiende kloof tussen bestaande en benodigde resources. Maar, de ontwikkeling gaat hoe dan ook door. “Today is the slowest it will ever be.”

Verlies bij concentratie & spreiding

Michael Kortleve, Thijn de Vocht, Kelly Sessink

naar pagina

Sluiten

Verlies bij concentratie & spreiding

Dan is het tijd voor een paneldiscussie over verlies bij concen­tratie en spreiding. Aangeschoven zijn Kelly Sessink, verpleeg­kundig specialist van het Radboudumc, Thijn de Vocht, uroloog bij Bernhoven en Michael Kortleve, uroloog bij Ziekenhuis Gelderse Vallei (ZGV).

De Vocht is nu de enige urologische laparascopist in Bernhoven. Hij had zelf al het idee dat samen­werking nodig was, want in je eentje ben je kwetsbaar. De Vocht gaat met zijn patiënten mee van Bernhoven naar CWZ voor de behandeling van urologische kankers. Daar gaat hij werken met de operatie­robot. Hij kijkt uit naar het leren van een nieuwe techniek. Het is een mooie uitdaging om in een ander zieken­huis aan de slag te gaan. Hij kent de collega’s al, ze hebben elkaar benaderd voor deze samen­werking.

Maar wat hij lastig vindt: hij gaat het OK-team van Bernhoven missen. Daarmee werkt hij al zestien jaar samen. Dus het gaat niet alleen voor hem anders worden, maar voor het hele team. Hij hoopt dat er in Bernhoven ook iets voor terugkomt, bijvoorbeeld de benigne urologie. Er is immers voldoende OK-capaciteit.

De Vocht geeft aan dat er een gunfactor is onder collega’s: we willen proberen allemaal te doen wat we graag doen. Hij roept collega’s dan ook op om elkaar op te zoeken om samen te werken: dat is leuk en ontzettend leerzaam.

Andere werkgever

Voor Kelly Sessink gaat er ook veel veranderen. Zij gaat samen met collega’s van het CWZ werken in een regionaal borst­centrum. Voor haar betekent het concreet dat ze bij een andere werkgever gaat werken. En dat geeft onzeker­heid. Want, zo vertelt ze, je ontleent een deel van je identiteit aan wat je doet en wie je bent in het zieken­huis waar je werkt.

Hoe gaat het werk er straks uitzien? Hoe zijn mijn collega’s daar, hoe gaat het op de nieuwe werkplek zijn? In het echt is dat anders dan op papier. We moeten samen een nieuw team vormen en dat vraagt inspanning. Je moet elkaar leren kennen, en elkaars sterke kanten leren. Samenwerken is een kwestie van geven en nemen. Sessink kijkt er positief naar: ze is benieuwd naar de nieuwe collega’s. Door de krachten nu in één centrum te bundelen, verbetert de kwaliteit van de zorg. 

Volumenormen op goedaardige aandoeningen

Michael Kortleve gaat voor de behandeling van nierkanker niet mee naar Rijnstate, waar de zorg wordt geconcentreerd. Voor hem betekent dit dus een (gedwongen) verlies. Maar voor de regio is het beter. Door samen te werken leer je veel van elkaar, je expertise wordt groter. En dat komt de kwaliteit van zorg ten goede.

Kortleve hoopt wel dat er iets goeds voor in de plaats komt in ZGV. Want dat is een van zijn zorgen: kun je wel voldoende personeel vinden, ook als er bepaalde ingrepen niet meer gedaan worden? Ook financieel heeft het gevolgen als bepaalde ingrepen elders worden gedaan.

Kortleve stelt ook dat we het in het IZA vooralsnog alleen hebben over oncologische zorg, maar dat je wellicht ook volume­normen kunt zetten op goedaardige aandoeningen. Die kun je ook concentreren. Hij geeft aan dat hij het goed vindt dat er door de Federatie Medisch Specialisten op de pauze­knop is gedrukt. Dat geeft de tijd om te kijken hoe tranche 1 gaat uitwerken. Voor zieken­huizen en zorg­professionals, maar ook voor patiënten.


Sluiten

Superintelligentie: het mooiste of laatste dat ons overkomt

Aan het woord is Jimmie Honings, KNO-arts en hoofd-halschirurg bij Radboudumc. Eerst vraagt hij de aanwezigen wie ChatGPT gebruikt. Verschillende handen gaan omhoog. Maar op de vraag wie al eens een volledig artikel of proefschrift heeft laten schrijven door ChatGPT, blijft de zaal een stuk stiller.

Toch laten cijfers zien dat nu ongeveer de helft van de artikelen door AI wordt geschreven. Honings vraagt ook wie zich zorgen maakt over AI. Hij zelf wel. Alsof we onbezorgd op het strand spelen, terwijl de storm zich achter de horizon verzamelt. AI wordt gezien als het achtste wereld­wonder: er is sprake van exponentiële groei. Honings vergelijkt het met het dubbelvouwen van een vel papier: na vijftig keer vouwen is het papier net zo dik als de afstand tussen de aarde en de zon. Zo snel ontwikkelt AI zich ook.

Maar wat is AI nou eigenlijk precies?

In één woord: kunstintelligentie. Er zijn drie vormen: kunstmatige smalle intelligentie, zoals TomTom, Siri of ChatGPT. Daarna komt kunstmatige algemene intelligentie, ongeveer net zo intelligent als de mens. Als we dat level bereiken, voelt dat voor ons mensen als een mijlpaal. Maar de ontwikkeling gaat verder. Op weg naar kunstmatige superintelligentie, dat is bovenmenselijke intelligentie. Het is niet de vraag óf we die bereiken, maar wanneer.

En als AI ons voorbijstreeft, dan gaat dat hoe dan ook invloed op ons hebben. Misschien positief, bijvoorbeeld door het CO2-probleem op te lossen, of door honger de wereld uit te helpen. Of door oneindig leven? Of superintelligentie denkt: de mens zit mij in de weg…

Waar staan we nu?

AI verbetert met de minuut. Dat zien we ook terug in de zorg. Honings noemt een aantal voorbeelden: het herkennen van sepsis of een analyse van emoties en aandoeningen op basis van stemgeluid. AI is ook heel goed in het herkennen van patronen, en dat is handig bij radiologie en pathologie. Het aantal diagnostische fouten daalde met 42% in zieken­huizen met AI-ondersteuning, vergeleken met instellingen zonder AI.

AI wordt niet alleen ingezet in de curatieve sector, maar heeft ook toegevoegde waarde in de ouderenzorg, waar AI een maatje kan zijn. De wereldwijde markt voor AI in de zorg betreft zo’n 67,4 miljard euro.

Kloof

Daarna zoomt Honings in op de kloof tussen AI-innovaties en de klinische impact. Er is een gebrek aan betrouwbare en gestructureerde data. AI is nog niet goed genoeg om kosten­effectief te zijn. De meeste AI is nog experimenteel en nog niet klaar voor klinisch gebruik. En er zijn zorgen over privacy en aan­sprakelijk­heid. Op andere terreinen is AI al meer ingeburgerd. Denk aan serveer­robots in restaurants of – een stuk futuristischer – zelf­rijdende taxi’s of robot­honden als huisdier.

De toekomst

Op dit moment gaat de computerperformance al richting de menselijke performance. Maar hoe gaat dat in de toekomst? Honings maakt de vergelijking met mensen en mieren. Wij hebben geen haat naar mieren, maar we zijn amoreel tegenover mieren. Als er een huis gebouwd moet worden, en er is daar een mieren­hoop, dan schuiven we de mieren­hoop aan de kant.

Het is heel voorstelbaar dat super­intelligente AI precies zo over ons mensen denkt. Die AI zal ons niet haten, maar zal ons ook niet missen. Misschien is het wel tijd voor de tien geboden voor AI (“Gij zult de mens niet schaden”). We zijn nu bezig met een ratrace om wie het eerst bij super­intelligentie is. Daarbij is niet alleen Microsoft aan het werk, maar ook landen als China en Rusland. Hoe gaan zij om met data en informatie­veiligheid?

Honings besluit met wat de geschiedenis ons heeft geleerd: dat de meest intelligente soort op aarde uiteindelijk ook de sterkste wordt – en alle andere levensvormen overheerst.

Snel naar