Vademecum systeemtherapie Mammacarcinoom Adjuvante behandeling mammacarcinoom

Algemeen aandachtpunt

Postmenopauzale patiënten met stadium II-III mammacarcinoom en een 10-jaars overleving van 84% of minder, nadat het effect van de adjuvante systemische therapie is meegerekend, komen in aanmerking voor ondersteunende behandeling met zoledronine 4 mg i.v., elk half jaar gedurende een totale behandelduur van 3 jaar.

Studies

Zie Studies mammacarcinoom voor studies waar patiënt mogelijk kandidaat voor is.  

Indien ER >10% en/of PR >10%, vanaf pT1cN0/i+/mi graad 2 en/of N+

Indien pre- en perimenopauzaal:

  • 5 jaar tamoxifen 1 dd 20 mg p.o. 
  • Bij leeftijd <40 jaar en prognostisch ongunstige tumor­kenmerken (zoals N+): tamoxifen 1 dd 20 mg p.o. en ovariële ablatie (LHRH-agonist (Lucrin 11,25 mg à 12 weken) of ovariëctomie). Aromatase­remmer hierbij ook mogelijk (geringe oncologische meerwaarde tegen meer bijwerkingen)
  • Overweeg behandelduur van 10 jaar bij prognostisch ongunstige tumor­kenmerken (zoals N+) op basis van het residuale risico en voor de patiënt hanteerbare bijwerkingen 

Indien postmenopauzaal:

  • Opties mede afhankelijk van (on)gewenst bijwerkingenprofiel:
    • 2-3 jaar tamoxifen 1 dd 20 mg p.o. gevolgd door 3-2 jaar aroma­tase­remmer, letrozol 1 dd 2,5 mg p.o.
    • 5 jaar aromataseremmer, letrozol 1 dd 2,5 mg p.o. 
  • Bij prognostisch ongunstige tumorkenmerken (zoals N+) en goede tolerantie van de endocriene therapie kan de endocriene therapie verlengd worden tot een behandelduur van 7 jaar in totaal. In geval van aromataseremmer specifieke bijwerkingen én indicatie voor verlengde endocriene therapie is 5 jaar tamoxifen een alternatief

Indien triple negatief, vanaf pT1c

Indien pT1cN0:

  • Doxorubicine - cyclofosfamide (AC) dose dense, 4 kuren à 2 weken, gevolgd door paclitaxel, 12 kuren à 1 week:
    • Doxorubicine - cyclofosfamide (AC) dose dense:
      • Doxorubicine 60 mg/m2 i.v., dag 1
      • Cyclofosfamide 600 mg/m2 i.v., dag 1
      • Denk aan G-CSF ondersteuning
    • Paclitaxel 80 mg/m2 i.v., dag 1

Indien ≥pT2 en/of pN+:

  • Voorkeur voor neoadjuvant. Zie Neoadjuvante behandeling mammacarcinoom
     
  • Doxorubicine - cyclofosfamide (AC) dose dense, 4 kuren à 2 weken, gevolgd door paclitaxel, 12 kuren à 1 week, gecombineerd met carboplatin à 3 weken:
    • Doxorubicine - cyclofosfamide (AC) dose dense:
      • Doxorubicine 60 mg/m2 i.v., dag 1
      • Cyclofosfamide 600 mg/m2 i.v., dag 1
      • Denk aan G-CSF ondersteuning
    • Paclitaxel - carboplatin:
      • Paclitaxel 80 mg/m2 i.v., dag 1
      • Carboplatin AUC 6 i.v., dag 1 (alleen week 1, 4, 7 10)

Indien HER2 overexpressie, vanaf pT1b

Indien pT1b/c N0 (elke graad):

  • Paclitaxel - trastuzumab, 12 kuren à 1 week, gevolgd door trastuzumab mono­therapie à 3 weken, tot 1 jaar totale behandelduur (Tolaney schema):
    • Paclitaxel - trastuzumab:
      • Paclitaxel 80 mg/m2 i.v., dag 1
      • Trastuzumab 2 mg/kg i.v., dag 1 (1e keer oplaaddosis 4 mg/kg)
    • Trastuzumab monotherapie:
      • Trastuzumab 600 mg s.c. of 6 mg/kg i.v., dag 1

Indien pT2 en/of pN+:

  • Voorkeur voor neoadjuvant. Zie Neoadjuvante behandeling mammacarcinoom
     
  • Doxorubicine - cyclofosfamide (AC), 4 kuren à 3 weken, gevolgd door paclitaxel - trastuzumab, 12 kuren à 1 week, gevolgd door trastuzumab mono­therapie à 3 weken, tot 1 jaar totale behandel­duur van trastuzumab:
    • Doxorubicine - cyclofosfamide (AC):
      • Doxorubicine 60 mg/m2 i.v., dag 1
      • Cyclofosfamide 600 mg/m2 i.v., dag 1
    • Paclitaxel - trastuzumab:
      • Paclitaxel 80 mg/m2 i.v., dag 1
      • Trastuzumab 2 mg/kg i.v., dag 1 (1e keer oplaaddosis 4 mg/kg)
    • Trastuzumab monotherapie:
      • Trastuzumab 600 mg s.c. of 6 mg/kg i.v., dag 1
         
  • Docetaxel - carboplatin - trastuzumab (TCH), 6 kuren à 3 weken (alternatief schema met minder risico op cardiale toxiciteit):
    • Docetaxel 75mg/m2 i.v., dag 1
    • Carboplatin AUC 6 i.v., dag 1 
    • Trastuzumab 6 mg/kg i.v., dag 1 (1e keer oplaaddosis van 8 mg/kg)

Nota bene: denk aan endocriene therapie indien ER>10% en/of PR>10%. Zie paragraaf hierboven.