Sluiten

Blaasspoeling met BCG

Bij een BCG-blaasspoeling worden medicijnen in de blaas ingebracht om de kans op terugkeer van kwaadaardige blaastumoren te verkleinen. Deze behandeling valt onder immunotherapie, een methode die het immuunsysteem stimuleert om kankercellen te bestrijden.

Voorbereiding bij een blaasspoeling met BCG

  • Voor elke behandeling levert u urine in voor een test met een urinedipstick.
  • U drinkt vier uur voor de spoeling zo min mogelijk om te voorkomen dat u tijdens de behandeling moet plassen.
  • Plastabletten neemt u beter ná de spoeling.

De behandeling

  • U ligt op het behandelbed terwijl een verpleegkundige een katheter via de plasbuis inbrengt.
  • De blaas wordt eerst geleegd, waarna de BCG-oplossing langzaam in de blaas wordt ingebracht.
  • De katheter wordt daarna verwijderd.

Duur van de spoeling

  • U houdt de oplossing minimaal één uur (tot maximaal twee uur) in de blaas om het medicijn goed te laten inwerken.
  • Na één uur plast u de spoeling uit, de eerste keer in het ziekenhuis. Bij een probleemloze eerste behandeling mag u na volgende behandelingen direct naar huis om daar uit te plassen.

Na de behandeling

Drink extra veel (minimaal 2 liter) in de 24 uur na de behandeling om het risico op infecties te verkleinen en bijwerkingen sneller te verminderen.

Bijwerkingen

  • Branderig gevoel bij het plassen.
  • Aandrang om vaker te plassen.
  • Griepachtige klachten zoals vermoeidheid en lichte koorts (tot 38,5 °C).
  • Bloed in de urine.
  • Bij koorts boven 38,5 °C die langer dan 12 uur aanhoudt moet u contact met het ziekenhuis opnemen.

Plassen

  • Plas de eerste twee dagen na de spoeling zittend om besmetting van de omgeving te voorkomen.
  • Spoel de wc twee keer door na het plassen en reinig de wc dagelijks met chloor.

Seks

  • Gebruik een condoom gedurende één week na de blaasspoeling bij alle seksuele handelingen om mogelijke overdracht van de medicatie te voorkomen.

Controle

  • Om te kijken of de BCG-blaasspoeling goed werkt, controleren we elke 3 maanden uw blaas. Dit doet de uroloog met een cystoscopie. Soms moeten we tijdens dit onderzoek weer stukjes weefsel uit de blaas nemen.
  • We controleren uw urine regelmatig op blaasontstekingen en kwaadaardige cellen.

Over blaasspoeling

Een blaasspoeling is een behandeling waarbij medicijnen rechtstreeks in de blaas worden ingebracht. Deze behandeling wordt vaak toegepast na een TUR-T om de kans op terugkeer van tumoren te verkleinen.

lees meer

Sluiten

Over blaasspoeling

Blaasspoeling

Een blaasspoeling is een behandeling waarbij medicijnen rechtstreeks in de blaas worden ingebracht. Deze behandeling wordt vaak toegepast na een TUR-T om de kans op terugkeer van tumoren te verkleinen.

De oncologisch uroloog bespreekt tijdens de controle of verdere blaasspoelingen nodig zijn en in welke frequentie. Dit kan variëren van wekelijkse tot maandelijkse spoelingen, afhankelijk van het risico op terugkeer van tumoren:

  • Laag risico. Eén blaasspoeling binnen 12 tot 24 uur na TUR-T. 
  • Gemiddeld / hoog risico. Meerdere blaasspoelingen, vaak over een periode van 6 maanden tot 3 jaar.

Soorten blaasspoelingen

  • Cytostatica. Lokale chemotherapie in de blaas met celdodende medicijnen zoals mitomycine-C en epirubicine.
  • Bacillus Calmette-Guerin (BCG). Een verzwakte bacterie die een afweerreactie van de blaas opwekt, waardoor kwaadaardige cellen worden opgeruimd.

Voorbereiding

  • Drink 3 uur voorafgaande aan de spoeling niet te veel, zodat het medicijn niet te veel wordt verdund en beter werkt.
  • Door minder te drinken vermindert u ook de kans dat u snel moet plassen na de spoeling.
  • Neem plasmedicatie bij voorkeur pas na de spoeling in.

Verloop van de blaasspoeling

U mag plaatsnemen op het behandelbed waarna door een oncologieverpleegkundige een katheter via de plasbuis wordt ingebracht.

lees meer

Sluiten

Verloop van de blaasspoeling

  • Een oncologieverpleegkundige brengt een katheter via de plasbuis in om de blaas leeg te maken.
  • Via de katheter wordt de spoeling langzaam in de blaas gebracht.
  • De katheter wordt verwijderd, waarna u de spoeling minimaal één uur (en maximaal twee uur) in de blaas moet houden.
  • Na een uur mag u de spoeling uitplassen, meestal op de polikliniek bij de eerste behandeling. Bij volgende sessies mag u direct naar huis na de spoeling en thuis uitplassen.

Na de behandeling

Na de behandeling is het belangrijk dat u extra drinkt. Dit verkleint de kans op infecties en helpt bij het sneller verdwijnen van bijwerkingen.

lees meer

Sluiten

Na de behandeling

  • Veel drinken. Dit verkleint de kans op infecties en helpt bij het sneller verdwijnen van bijwerkingen.
     
  • Mogelijke bijwerkingen:
    • Branderig gevoel bij het plassen.
    • Aandrang om vaker te plassen.
    • Bloed in de urine.
    • Huiduitslag (bij mitomycine-C).
    • Bijwerkingen verdwijnen meestal na 2-3 dagen. Veel drinken versnelt dit proces.
       
  • Veiligheidsmaatregelen:
    • Plas de eerste twee dagen zittend om resten van cytostatica veilig uit te scheiden.
    • Gebruik een condoom bij bij alle seksuele handelingen tot twee dagen na de spoeling.
    • Vermijd zwangerschap gedurende twee maanden na een blaasspoeling.

Soorten blaasspoeling

Blaasspoeling met BCG

Bij een BCG-blaasspoeling worden medicijnen in de blaas ingebracht om de kans op terugkeer van kwaadaardige blaastumoren te verkleinen. Deze behandeling valt onder immunotherapie, een methode die het immuunsysteem stimuleert om kankercellen te bestrijden.

lees meer

Blaasspoeling met chemotherapie

Een blaasspoeling met chemotherapie is een behandeling voor patiënten met niet-spierinvasieve blaaskanker. De spoeling wordt toegepast nadat de tumor uit de blaas is verwijderd en wordt herhaald volgens een behandelprotocol op de polikliniek. Deze spoelingen verkleinen de kans op terugkeer van tumoren.

lees meer

Sluiten

Blaasspoeling met chemotherapie

Een blaasspoeling met chemotherapie is een behandeling voor patiënten met niet-spierinvasieve blaaskanker. De spoeling wordt toegepast nadat de tumor uit de blaas is verwijderd en wordt herhaald volgens een behandelprotocol op de polikliniek. Deze spoelingen verkleinen de kans op terugkeer van tumoren.

Voorbereiding

  • Voor elke behandeling levert u urine in, die met een urinedipstick wordt gecontroleerd.
  • U drinkt ongeveer vier uur vóór de spoeling zo min mogelijk om te voorkomen dat u tijdens de behandeling moet plassen. Plastabletten kunt u beter na de spoeling innemen.

De blaasspoeling

  • U ligt op het behandelbed, waarna een verpleegkundige een katheter via de plasbuis inbrengt.
  • De blaas wordt geleegd en vervolgens wordt de chemotherapieoplossing langzaam ingebracht.
  • De katheter wordt daarna verwijderd.

Duur van de spoeling

  • U houdt de oplossing minimaal één uur (tot maximaal twee uur) in de blaas om de medicatie goed te laten inwerken.
  • Na een uur plast u de spoeling uit. Bij een probleemloze eerste behandeling mag u bij volgende sessies direct naar huis na de spoeling.

Na de behandeling

  • Drink extra veel (minimaal 2 liter) in de 24 uur na de behandeling. Dit helpt om bijwerkingen te verminderen en voorkomt infecties.

Bijwerkingen

  • Branderig gevoel bij het plassen.
  • Aandrang om vaker te plassen of moeite met het ophouden van urine.
  • Een beetje bloed in de urine.
  • 10-20% van de patiënten ervaart lichte blaasirritatie.
  • Bij mitomycine-C: 10-15% van de patiënten kan huiduitslag krijgen, vooral op de handen en/of in de schaamstreek.

Controle en vervolg

  • Elke drie maanden controleert de uroloog de blaas met een cystoscopie. Soms worden extra weefselmonsters genomen om de behandeling te evalueren. Vaak kan een deel van de kijkonderzoeken worden vervangen door een urinemarkertest. 
  • Regelmatig wordt uw urine gecontroleerd op ontstekingen en kwaadaardige cellen.

Veiligheidsmaatregelen

  • Plas zittend om besmetting van de omgeving te voorkomen.
  • Spoel de wc twee keer door na het plassen.
  • Reinig het toilet dagelijks met pH-neutrale zeep, zoals groene zeep.
  • Gebruik een condoom gedurende twee dagen na de spoeling bij alle seksuele handelingen om overdracht van medicatie te voorkomen.

Tijdens elk bezoek aan de polikliniek bespreekt u eventuele bijwerkingen met de verpleegkundige of uw arts. Als de bijwerkingen te ernstig zijn, kan de behandeling worden gestopt en zoekt uw arts samen met u naar een alternatief.

Deze behandeling wordt herhaald volgens een specifiek schema dat is afgestemd op uw situatie en risicoprofiel.