Sluiten

Blaasverwijdering

Bij spierinvasieve blaaskanker (wanneer de tumor in de blaasspier is gegroeid), is blaasverwijdering vaak noodzakelijk. Deze operatie heet een radicale cystectomie.

Radicale cystectomie betekent naast het volledig verwijderen van de urineblaas:

  • Het verwijderen van de lymfeklieren die bij de blaas liggen, om te onderzoeken of er uitzaaiingen zijn.
  • Bij mannen wordt meestal ook de prostaat verwijderd.
  • Bij vrouwen wordt soms ook de baarmoeder, baarmoederhals, eileiders, eierstokken en een deel van de vaginawand verwijderd.

Als de arts tijdens de operatie vergrote lymfeklieren ziet, dan kunnen deze meteen worden onderzocht. Een patholoog kijkt dan of er kankercellen in zitten.

Als blijkt dat de kanker is uitgezaaid, dan kan de arts ervoor kiezen om de operatie te stoppen. Meestal krijgt u dan eerst chemotherapie.

Na de blaasverwijdering wordt de blaasfunctie vervangen door:

  • Een nieuwe blaas (neoblaas). Een inwendig reservoir gemaakt van de dunne darm.
  • Een urinestoma. Een externe opvangmogelijkheid via een stoma: de urine wordt via een stukje dunne darm (de stoma) buiten het lichaam geleid en opgevangen in een zakje.

Lees meer deze behandeling op Kanker.nl – Blaasverwijdering of informeer bij uw eigen ziekenhuis. 

Algemene informatie

Blaaskanker

Wat is blaaskanker?

Blaaskanker is kanker in de urineblaas. Bij deze ziekte gaan cellen in de blaas onge­contro­leerd groeien. Daardoor kunnen er 1 of meer kwaadaardige tumoren ontstaan. Blaaskanker komt vooral voor bij ouder wordende mensen. Het wordt 3 keer vaker gezien bij mannen dan bij vrouwen.

lees meer

Sluiten

Wat is blaaskanker?

Blaaskanker is kanker in de urineblaas. Bij deze ziekte gaan cellen in de blaas ongecontroleerd groeien. Daardoor kunnen er 1 of meer kwaadaardige tumoren ontstaan. Blaaskanker komt vooral voor bij ouder wordende mensen. Het wordt 3 keer vaker gezien bij mannen dan bij vrouwen.

Er zijn 2 hoofdtypen blaastumoren:

  • Een niet-spierinvasieve tumor. Deze tumor blijft beperkt tot de oppervlakte en dringt niet door in de spierlaag van de blaas.
  • Een spierinvasieve tumor. Deze tumor is doorgegroeid tot in of door de spierlaag van de blaas en kan uitzaaien.

Wat zijn de oorzaken voor het krijgen van blaaskanker? 

De oorzaak van blaaskanker is niet helemaal bekend. Er zijn wel meerdere risicofactoren die de kans op blaaskanker vergroten.

  • Leeftijd, vooral bij mensen tussen de 70 en 80 jaar.
  • Roken (en zeer waarschijnlijk ook vapen) is de belangrijkste risicofactor.
  • Blootstelling aan bepaalde chemische stoffen, zoals bijvoorbeeld verf.
  • Eerdere bestralingen van het kleine bekken. 
  • Sommige vormen van chemotherapie. 
  • Chronische irritatie van het blaasslijmvlies door blaasontstekingen, een katheter of blaasstenen.

Wat zijn de vooruitzichten bij blaaskanker? 

De vooruitzichten bij blaaskanker hangen af van het type tumor:

  • Als de tumor nog niet in de blaasspier is gegroeid, zijn de vooruitzichten vaak goed. Dit noemen we niet-spierinvasieve blaaskanker. De kans dat de kanker zich verspreidt naar andere delen van het lichaam is klein.
  • Als de tumor wel in de blaasspier is gegroeid, zijn de vooruitzichten minder goed. Dit noemen we spierinvasieve blaaskanker. De kans dat de kanker zich verspreidt is dan groter.

Het is belangrijk om blaaskanker zo vroeg mogelijk te ontdekken en te behandelen. Dat vergroot de kans op een goede uitkomst.

Diagnosefase

Onderzoeken bij blaaskanker

Over de diagnosefase

Bij een verdenking op blaaskanker verwijst de huisarts u door naar een uroloog voor verder onderzoek. De uroloog onderzoekt of u blaaskanker heeft en, zo ja, om welke vorm van blaaskanker het gaat. Er wordt onderscheid gemaakt tussen spierinvasieve en niet-spierinvasieve blaaskanker. Verschillende onderzoeken kunnen worden uitgevoerd.

lees meer

Sluiten

Over de diagnosefase

Bij een verdenking op blaaskanker verwijst de huisarts u door naar een uroloog voor verder onderzoek. 

De uroloog onderzoekt of u blaaskanker heeft en, zo ja, om welke vorm van blaaskanker het gaat. Er wordt onderscheid gemaakt tussen spierinvasieve en niet-spierinvasieve blaas­kanker. De volgende onderzoeken kunnen worden uitgevoerd:

  • Bloedonderzoek. 
  • Urineonderzoek.
  • Beeldvormend onderzoek, zoals een scan of echografie. 
  • Bekijken van de binnenkant van de blaas met een camera via de plasbuis (cystoscopie).
  • Een operatie waarbij de tumor, of een deel er van, via de plasbuis wordt verwijderd (TUR-T).

Voorbereiding op het consult

Om een goed beeld van uw gezondheid te krijgen, stelt de arts vragen over uw klachten, uw medische verleden en hoe het nu met u gaat. Bereid u goed voor door de volgende documenten en informatie mee te nemen:

  • Een lijst van eerdere operaties.
  • Een overzicht van medicijnen die u gebruikt.
  • Informatie over andere ziekten en allergieën.
  • Informatie over uw klachten en hoelang u deze al heeft. 

Deze voorbereiding helpt de arts om de diagnose te stellen en een passend behandelplan op te stellen. Heeft u vragen? Schrijf deze vooraf op, zodat u niets vergeet tijdens het consult.

Blaasonderzoek (cystoscopie)

Een cystoscopie is een kijkonderzoek van de plasbuis en de blaas. 

lees meer

Sluiten

Blaasonderzoek (cystoscopie)

Een cystoscopie is een onderzoek van de plasbuis en de blaas. De arts gebruikt hiervoor een dun slangetje met een kleine camera. Dit slangetje heet een cystoscoop en wordt via de plasbuis ingebracht.

De arts vult de blaas met een steriele zoutwateroplossing. Zo kan de arts de binnenkant van de blaas goed bekijken.

Meer lezen? 

Lees meer over dit onderzoek op Kanker.nl - cystoscopie bij blaaskanker of informeer bij uw eigen ziekenhuis. 

TUR-T

Een TUR‑T (Transurethrale Resectie van de Tumor) is een operatie waarbij de arts via de plasbuis een tumor of afwijkend weefsel uit de blaas verwijdert.

lees meer

Sluiten

TUR-T

Een TUR‑T (Transurethrale Resectie van de Tumor) is een operatie waarbij de arts via de plasbuis een tumor of afwijkend weefsel uit de blaas verwijdert.

De arts gebruikt hiervoor speciale hulpmiddelen die via de plasbuis naar de blaas gaan. Tijdens de ingreep verwijdert de arts zoveel mogelijk tumor­weefsel. 

Meer lezen? 

Lees meer over deze behandeling op Kanker.nl - TUR-T of informeer bij uw eigen ziekenhuis. 

Overzicht algemene diagnostische onder-zoeken

Uw arts zal met u bespreken welke onderzoeken er voor u nodig zijn. 

Multidisciplinair overleg

MDO

Multidisciplinair overleg (MDO)

Een MDO is een overleg waarbij verschillende zorgverleners samen bespreken welke behandeling voor u het beste is.

lees meer

Sluiten

Multidisciplinair overleg (MDO)

Multidisciplinair team

De meeste patiënten met (verdenking op) kanker krijgen bij onderzoek en behandeling te maken met meerdere afdelingen en specialismen. Bij elke patiënt werkt een team van verschillende zorgverleners en deskundigen samen. Dit wordt een multi­disciplinair team genoemd. De samenstelling van een multi­disciplinair team verschilt per soort kanker. 

Wat is een MDO?

Een MDO is een overleg van het multi­disciplinair team (van een bepaalde soort kanker). Een MDO wordt ook wel een patiënten­bespreking genoemd. Nadat de onderzoeken (bijna) klaar zijn, kunt u besproken worden in een MDO. Na een eventuele operatie, bij de start van een nieuwe behandeling of wanneer er bijzondere problemen zijn, kan het team u opnieuw bespreken in een MDO.

Wat gebeurt er tijdens een MDO?

Tijdens het MDO bespreekt het team de uitslagen van de onderzoeken en stelt het een diagnose. Soms is hier nog extra onderzoek voor nodig. Het MDO geeft vervolgens een advies over de voor u beste behandeling. Hierbij wordt rekening gehouden met uw leeftijd, medische voorgeschiedenis, kenmerken van de kanker en, waar mogelijk, uw eventuele wensen. Soms bespreekt het team ook in welk ziekenhuis de behandeling het beste plaats kan vinden. 

U bent zelf niet aanwezig bij het MDO. Het is een medisch overleg waarin meerdere patiënten worden besproken. Bij uw eerste afspraak na het MDO bespreekt uw zorg­verlener het advies uit het MDO met u. Samen kiest u vervolgens welke behandeling het beste bij u past. Soms is niet behandelen ook een mogelijkheid. 

Van het MDO wordt een verslag gemaakt. Dit verslag komt in uw medisch dossier. Ook uw huisarts wordt hierover geïnformeerd.

Lokaal en regionaal MDO

Er zijn lokale en regionale MDO’s. Een lokaal MDO is een overleg met zorgverleners uit uw eigen ziekenhuis.

Een regionaal MDO is een overleg met zorgverleners uit meerdere ziekenhuizen in de regio. Dit overleg gebeurt vaak via een videoverbinding. Bij een regionaal MDO doen vaak ook zorg­verleners van een gespecialiseerd centrum mee. Dit kan een topklinisch ziekenhuis of universitair medisch centrum zijn.

Afhankelijk van uw situatie wordt u besproken in een lokaal MDO, een regionaal MDO of in beide overleggen. Als u een zeer zeldzame aandoening heeft, dan kan het zijn dat uw zorgverlener ook met ziekenhuizen buiten de regio overlegd.

Wanneer u in een regionaal MDO wordt besproken, worden in uw belang uw medische gegevens gedeeld met andere ziekenhuizen. Als dit bij u het geval is, bespreekt uw zorg­verlener dit van tevoren met u. Op de pagina Samenwerking in de regio: wat betekent dat voor u als patiënt? leest u hier meer over.

Foto: Een lokaal MDO in Ziekenhuis Gelderse Vallei.

Uitslaggesprek

Uitslaggesprek

Na alle onderzoeken krijgt u een gesprek met uw zorgverlener. U krijgt de uitslagen van de onderzoeken en uw zorgverlener bespreekt met u de vervolg­stappen. 

naar pagina

Samen beslissen

Een operatie, medicijnen of toch liever nog even wachten? Door­behandelen of stoppen? Vaak zijn er meerdere opties, maar welke past het beste bij u?

naar pagina

Behandelfase

Niet-spierinvasieve blaaskanker

Over de behandeling

De behandeling van niet-spierinvasieve blaaskanker is afhankelijk van de grootte, plaats en kwaadaardigheid van de tumor. Uw zorgverlener bespreekt de verschillende mogelijkheden en bepaalt samen met u het meest geschikte behandeltraject.


Sluiten

Over de behandeling

TUR-T

Een TUR‑T (Transurethrale Resectie van de Tumor) is een operatie waarbij de arts via de plasbuis een tumor of afwijkend weefsel uit de blaas verwijdert.

lees meer

Sluiten

TUR-T

Een TUR‑T (Transurethrale Resectie van de Tumor) is een operatie waarbij de arts via de plasbuis een tumor of afwijkend weefsel uit de blaas verwijdert.

De arts gebruikt hiervoor speciale hulpmiddelen die via de plasbuis naar de blaas gaan. Tijdens de ingreep verwijdert de arts zoveel mogelijk tumor­weefsel. 

Meer lezen? 

Lees meer over deze behandeling op Kanker.nl - TUR-T of informeer bij uw eigen ziekenhuis. 

Spierinvasieve blaaskanker

Over de behandeling

Bij spierinvasieve blaaskanker kan extra onderzoek nodig zijn. Met dit onderzoek kijkt uw zorgverlener of de kanker is uitgezaaid. Daarna maakt uw zorgverlener samen met u een behandelplan. Welke behandeling u krijgt, hangt af van hoe ver de ziekte zich heeft ontwikkeld en of er uitzaaiingen zijn: 

  • Curatieve behandeling. Deze behandeling is gericht op genezing.
  • Palliatieve behandeling. Deze behandeling is gericht op het verlengen van leven, verminderen van klachten veroorzaakt door de blaaskanker of blaaskanker­uitzaaiingen en het remmen van de groei van de kankercellen.

Sluiten

Over de behandeling

TUR-T

Een TUR‑T (Transurethrale Resectie van de Tumor) is een operatie waarbij de arts via de plasbuis een tumor of afwijkend weefsel uit de blaas verwijdert.

lees meer

Sluiten

TUR-T

Een TUR‑T (Transurethrale Resectie van de Tumor) is een operatie waarbij de arts via de plasbuis een tumor of afwijkend weefsel uit de blaas verwijdert.

De arts gebruikt hiervoor speciale hulpmiddelen die via de plasbuis naar de blaas gaan. Tijdens de ingreep verwijdert de arts zoveel mogelijk tumor­weefsel. 

Meer lezen? 

Lees meer over deze behandeling op Kanker.nl - TUR-T of informeer bij uw eigen ziekenhuis. 

Blaasspoeling

Bij een blaasspoeling worden medicijnen rechtstreeks in de blaas ingebracht. Deze behandeling wordt vaak toegepast na een TUR-T om de kans op terugkeer van tumoren te verkleinen.

lees meer

Sluiten

Blaasspoeling

Bij een blaasspoeling worden medicijnen rechtstreeks in de blaas ingebracht. Dit gebeurt door een dun slangetje via de plasbuis. Deze behandeling wordt vaak toegepast na een TUR-T om de kans op terugkeer van tumoren te verkleinen.

Tijdens de controle bespreekt uw zorgverlener of u blaasspoelingen nodig heeft. Ook bespreekt u hoe vaak deze nodig zijn. Dit kan verschillen van 1 keer per week tot 1 keer per maand. Dat hangt af van de kans dat de tumor terugkomt:

  • Bij een laag risico: één blaasspoeling binnen 24 uur na de TUR-T. 
  • Bij een gemiddeld / hoog risico: meerdere blaasspoelingen, vaak over een periode van 6 maanden tot 3 jaar.

Er zijn 2 soorten blaasspoelingen: 

  • Met celdodende medicijnen (chemotherapie)
  • Met BCG (Baccillus Calmette-Guerin), een vorm van immuuntherapie

Lees meer over deze behandeling op Kanker.nl- Blaasspoeling of informeer bij uw eigen ziekenhuis. 

Blaasverwijdering

Bij deze behandeling wordt uw blaas verwijderd. Deze wordt vervangen door een nieuwe blaas of een urinestoma.

lees meer

Bestraling bij blaaskanker

Bestraling kan een alternatief zijn voor een operatie. Bestraling (inwendig of uitwendig) wordt vaak gecombineerd met chemo-therapie. Dit wordt chemo­radiatie genoemd. Het doel van deze behandeling is om de kanker te genezen. Bestraling kan ook worden gebruikt als de kanker niet meer te genezen is. Het doel is dan om de groei van de kanker te remmen en klachten te verminderen.

naar pagina

Systeemtherapie bij blaaskanker

Systeemtherapie is een behandeling met medicijnen, die in het hele lichaam (dit wordt ook wel het systeem genoemd) werken. Bij blaaskanker kan dit gaan om: 

Keuzehulpen bij blaaskanker

Websites die u kunnen helpen bij het kiezen van een behandeling voor blaaskanker.

Nazorgfase

Controles bij blaaskanker

Na de behandeling

Na de behandeling van blaaskanker blijft u onder controle bij uw zorgverlener. 

  • Uw herstel wordt gevolgd. 
  • Er wordt gecontroleerd of de kanker niet is teruggekeerd.
  • Eventuele bijwerkingen van de behandeling worden gevolgd en behandeld.

De controles zijn:

  • Het eerste jaar: iedere 3 maanden. 
  • Het tweede jaar: iedere 6 maanden. 
  • Het derde t/m vijfde jaar: jaarlijks.

Afhankelijk van uw situatie kan het zijn dat u vaker of minder vaak een controle heeft. 


Sluiten

Na de behandeling