Sluiten

Over een blaasverwijdering

Bij spierinvasieve blaaskanker (wanneer de tumor in de blaasspier is gegroeid), is blaasverwijdering vaak noodzakelijk. De operatie omvat ook het verwijderen van lymfeklieren in het bekken om te onderzoeken of er uitzaaiingen zijn. Deze operatie heet een radicale cystectomie. 

Radicale cystectomie betekent naast het volledig verwijderen van de urineblaas:

  • Het verwijderen van de lymfeklieren in het kleine bekken.
  • Bij mannen: Meestal wordt ook de prostaat verwijderd.
  • Bij vrouwen: Soms wordt ook de baarmoeder, baarmoederhals, eileiders, soms de  eierstokken en een deel van de vaginawand verwijderd.

Als tijdens de operatie vergrote lymfeklieren worden gevonden, dan wordt er soms voor gekozen om de klieren tijdens de operatie te laten onderzoeken door een patholoog op de aanwezigheid van kankercellen. Als daaruit blijkt dat de ziekte te ver is uitgezaaid, kan de operatie eventueel worden afgebroken. In dat geval wordt meestal gekozen voor chemotherapie. Als vervolgens uit een CT-scan blijkt dat de klieren volledig verdwenen zijn kan de blaas alsnog worden verwijderd. Als zich in de lymfeklieren geen kankercellen bevinden, wordt de blaas verwijderd samen met de omringende lymfeklieren.

Na de blaasverwijdering wordt de blaasfunctie vervangen door:

  • Een nieuwe blaas (neoblaas). Een inwendig reservoir gemaakt van dunne darm.
  • Een urinestoma. Een externe opvangmogelijkheid via een stoma: de urine wordt via een stukje dunne darm (de stoma) buiten het lichaam geleid en opgevangen in een zakje.

Over een blaasverwijdering

Bij spierinvasieve blaaskanker (wanneer de tumor in de blaasspier is gegroeid), is blaasverwijdering vaak noodzakelijk. 

lees meer

De operatie

Bij de operatie maakt de chirurg een opening in de onderbuik om de blaas te verwijderen. Vervolgens wordt een urineomleiding gemaakt om de urine op te vangen en af te voeren. Er zijn vier mogelijke manieren. 

lees meer

Sluiten

De operatie

Tijdens de operatie maakt de arts een opening in uw onderbuik om de blaas te verwijderen. De arts maakt een omleiding voor de opslag en afvoer van de urine. Dit kan op 4 verschillende manieren: 


Verloop van de operatie

U krijgt voorafgaand aan de operatie een voorlichtings-gesprek met een stoma­verpleegkundige/verpleegkundig specialiast. 

lees meer

Sluiten

Verloop van de operatie

Voor uw opname heeft u een gesprek met een stomaverpleegkundige/verpleegkundig specialist. Tijdens dit gesprek krijgt u informatie over:

  • Hoe een stoma of neoblaas werkt.
  • U krijgt informatie over de keuzewijzer: www.stomaofneoblaas.nl
  • Hoe u de stoma moet verzorgen.
  • Wat u kunt verwachten na de operatie tijdens de opname en als u weer thuis bent.

Klysma

De avond vóór de operatie krijgt u een klysma om het laatste gedeelte van de darm schoon te spoelen.

Eten en drinken

  • Dag vóór de operatie: U mag tot 24.00 uur normaal eten en drinken, maar geen alcohol.
  • Dag van de operatie: Alleen een paar slokjes water om bijvoorbeeld medicijnen in te nemen. Dit mag tot 2 uur voor de operatie begint.

Drinkvoeding (PreOp)

  • U krijgt in totaal 6 pakjes drinkvoeding verdeeld over de middag en avond vóór de operatie en de ochtend van de operatie.
  • Deze voeding helpt bij uw herstel na de operatie.
  • De laatste 2 pakjes drinkt u uiterlijk 2 uur voor de operatie. Hierna mag u niets meer drinken.

Behandeling Anesthesie

Tijdens de operatie wordt anesthesie (verdoving of narcose) toegepast. Dit zorgt ervoor dat u tijdens de ingreep geen pijn voelt. De anesthesist bespreekt met u welke vorm van verdoving het meest geschikt is.

Direct na de blaasverwijdering

  • Na de operatie wordt u wakker op de verkoeverafdeling, waar u herstelt van de narcose.
  • Zodra u goed wakker bent, gaat u terug naar de verpleegafdeling of naar de IC (afdeling waar u extra gecontroleerd wordt).
  • Uw familie wordt door de arts op de hoogte gebracht van het verloop van de operatie.
  • U krijgt:
    • Vocht en medicatie via een infuus.
    • Pijnbestrijding via een dun slangetje in uw rug.
    • Wondvocht wordt afgevoerd via een draintje in uw buik.

Urine en ontlasting

  • Darmen: Na de operatie is uw darm iets korter. Dit kan leiden tot iets dunnere ontlasting, maar dit levert meestal geen problemen op.
  • Urine:
    • Urine bevat na de operatie altijd bacteriën, wat een positieve urinestick oplevert. Dit betekent niet altijd dat er sprake is van een blaasontsteking.
    • Bij klachten zoals pijn of koorts kan een antibioticakuur worden voorgeschreven.

Drinken

  • Het is belangrijk om voldoende te drinken, ongeveer 1,5 tot 2 liter per dag.
  • Uw urine bevat vaak wat slijm door het gebruik van darmweefsel, maar dit vermindert na verloop van tijd.

Na de operatie

Na de operatie

Na de operatie brengen we u naar de verkoeverafdeling. Daar wordt u wakker en herstelt u van de narcose. Als u goed wakker bent gaat u meestal terug naar de verpleegafdeling.

lees meer

Sluiten

Na de operatie

Direct na de blaasverwijdering

  • Na de operatie wordt u wakker op de verkoeverafdeling, waar u herstelt van de narcose.
  • Zodra u goed wakker bent, gaat u terug naar de verpleegafdeling of naar de Intensive Care (afdeling waar u extra gecontroleerd wordt).
  • Uw familie wordt door de arts op de hoogte gebracht van het verloop van de operatie.
  • U krijgt:
    • Vocht en medicatie via een infuus.
    • Pijnbestrijding via een dun slangetje in uw rug.
    • Wondvocht wordt afgevoerd via een draintje in uw buik.

Urine en ontlasting

  • Darmen: Na de operatie is uw darm iets korter. Dit kan leiden tot iets dunnere ontlasting, maar dit levert meestal geen problemen op.
  • Urine:
    • Urine bevat na de operatie altijd bacteriën, wat een positieve urinestick oplevert. Dit betekent niet altijd dat er sprake is van een blaasontsteking.
    • Bij klachten zoals pijn of koorts kan een antibioticakuur worden voorgeschreven.

Drinken

  • Het is belangrijk om voldoende te drinken, ongeveer 1,5 tot 2 liter per dag.
  • Uw urine bevat vaak wat slijm door het gebruik van darmweefsel, maar dit vermindert na verloop van tijd.

 

Weer plassen na een blaasvervangende operatie

Zodra de katheter is verwijderd, begint u met zelf plassen. Dit gaat anders dan u gewend was. U kunt na lang zitten of liggen het gevoel hebben dat u uw blaas niet goed leeg kunt plassen.

lees meer

Sluiten

Weer plassen na een blaasvervangende operatie

Plassen met neoblaas na het verwijderen van de katheter

  • Zodra de katheter is verwijderd, begint u met zelf plassen. Dit gaat anders dan u gewend bent.
  • Eerste 6 weken:
    • U moet elke 2 uur plassen, zowel overdag als ’s nachts, om spanning op de nieuwe blaas te voorkomen.
    • Zet 's nachts een wekker om te voorkomen dat uw blaas te vol raakt.
    • Pijn in de onderbuik of flanken kan een teken zijn dat uw blaas vol is; ga in dat geval direct plassen.

Geleidelijke opbouw van plasfrequentie

  • Na 6 weken mag u de tijd tussen het plassen geleidelijk verlengen:
    • Begin met 2 uur en 15 minuten en verleng dit elke 2 weken met 15 minuten.
    • Zorg ervoor dat uw blaasinhoud nooit groter wordt dan 500 ml om complicaties zoals infecties, schade aan de neoblaas of nierschade te voorkomen.
    • Streef ernaar om overdag 4-5 keer te plassen en ’s nachts ten minste 1 keer.
  • Het duurt meestal 4 tot 6 maanden voordat de nieuwe blaas voldoende is opgerekt.

Tips bij problemen met plassen

  • Als u na lang zitten of liggen moeite heeft om te plassen, kan even bewegen of lopen helpen.
  • Omdat de nieuwe blaas is gemaakt van darmweefsel, zit er slijm in de urine.
    • Slijmoplossers:  Acetylcysteïne word voorgeschreven om te voorkomen dat slijm de blaasuitgang blokkeert. Dit wordt niet door uw zorgverzekering vergoed. Die kunt u kopen bij de drogist of online op het internet.
  • Als u merkt dat u uw blaas niet volledig kunt legen, kan zelf katheteriseren nodig zijn. Dit leert u op de verpleegafdeling of polikliniek. Dit kan voorkomen meteen na de ingreep maar soms veel later na de operatie.

Uw houding tijdens het plassen

  • Zittend plassen wordt aanbevolen voor zowel mannen als vrouwen:
    • Zit ontspannen met beide voeten op de grond, rug licht gebogen.
    • Ontspan uw spieren, inclusief de bekkenbodemspieren.
    • Als het lastig is om te beginnen, probeer rustig te puffen.
    • Druk zachtjes op uw onderbuik om het plassen te stimuleren.
       
  • Herhaal indien nodig:
    • Als de straal stopt, pers voorzichtig opnieuw totdat er geen urine meer komt.
    • Beweeg eventueel heen en weer of maak een holle en bolle rug om resterende urine te verwijderen.

Neem contact op met het ziekenhuis of uw huisarts als u:

  • Niet kunt plassen.
  • Het gevoel heeft dat u uw blaas niet volledig kunt legen.
  • Koorts heeft in combinatie met pijn in de flanken.

Naar huis

Als alles goed gaat kunt u meestal na ongeveer 7 tot 8 dagen na de operatie naar huis. U mag de eerste 6 weken na de operatie geen zware activiteiten verrichten, zoals tillen en sporten. Ook raden wij af om te fietsen of in bad te gaan.

lees meer

Sluiten

Naar huis

Meestal kunt u 7 tot 8 dagen na de operatie naar huis, mits:

  • Uw darmen weer normaal functioneren.
  • U voldoende normale voeding verdraagt.
  • U grotendeels weer beweegt zoals voor de operatie.
  • De stomazorg, het katheteriseren of plassen goed gaat.

Adviezen na ontslag

  • Vermijd zware activiteiten:
    • Geen tillen, sporten of fietsen gedurende de eerste 6 weken.
  • Autorijden:
    • Na een grotere buikoperatie: meestal na 4 weken, afhankelijk van uw verzekering.

In bad en douchen

  • De eerste 2 weken. Douchen is toegestaan.
  • Na 2 weken. Baden, zwemmen of sauna bezoeken mag, mits alle wondjes goed zijn gesloten.

Wanneer contact opnemen?

Neem contact op met uw zorgverlener in de volgende situaties:

  • Pijn. Als buikpijn niet overgaat, zelfs na het nemen van de voorgeschreven pijnstillers (bijvoorbeeld 4x per dag 1000 mg paracetamol).
  • Wondproblemen. Bij roodheid, zwelling of pusvorming rondom de buikwond.
  • Koorts. Bij een temperatuur boven 38,5 °C of aanhoudende koorts van 38 °C langer dan 24 uur.
  • Afscheiding. Als er puskleurige, sterk ruikende afscheiding uit de plasbuis of vagina komt bij patiënten met een stoma.
  • Stoma of katheterproblemen. Als het urinestoma niet goed meer afloopt. Bij problemen met plassen of katheteriseren bij een neoblaas. Of als bij een ureterocutaneostomie de double-J katheter eruit is gegaan.