Wat als je signaleert dat jouw patiënten veel meer bijwerkingen ervaren bij een bepaald medicijn dan de studie vermeldde? Johan Janssen, internist-oncoloog bij CWZ, bracht deze casus in tijdens een thema-avond van het tumortypenetwerk Mammacarcinoom van Onco Oost en polste of voor collega’s in andere ziekenhuizen hetzelfde gold. Daarop startten de collega’s in alle Onco Oost-ziekenhuizen met het registeren van bijwerkingen. Jolien Tol, internist-oncoloog van Jeroen Bosch Ziekenhuis, presenteerde de resultaten van het onderzoek op het ESMO Breast Cancer-congres in Berlijn.
Pembrolizumab
Sinds 2025 wordt het middel pembrolizumab met chemotherapie in Nederland ingezet bij patiënten met niet-gemetastaseerd triple negatieve borstkanker. “Het middel zelf was op dat moment niet nieuw, maar in Nederland werd het toen voor het eerst toegestaan voor deze indicatie”, legt Johan uit. “In het CWZ hebben we dit middel direct aangeboden aan alle patiënten die hiervoor in aanmerking kwamen. Het gaat hier om zo’n tien procent van alle borstkankerpatiënten.”
Thema-avond Onco Oost
“Neoadjuvante behandeling binnen de borstkankerzorg vindt in het CWZ grotendeels plaats bij de verpleegkundig specialist”, vertelt Johan. “Omdat het binnen deze setting de eerste indicatie voor immunotherapie was, spraken we af om de bijwerkingen bij te houden. Hierbij signaleerden we dat patiënten relatief veel bijwerkingen hadden, meer dan in de registratiestudie was beschreven. We zagen dat een schildklierontsteking echt vaak voorkwam. Maar ook huidafwijkingen, diarree en hypofyseproblemen.”
Daarom besloot Johan om dit onderwerp in te brengen tijdens een thema-avond van Onco Oost. Jolien: “Acht ziekenhuizen zijn toen de bijwerkingen gaan bijhouden. Tijdens het regionaal overleg van de internist-oncologen van Onco Oost afgelopen najaar, hebben we de resultaten gepresenteerd. En wat bleek? De hogere aantallen in bijwerkingen golden voor het hele netwerk.”
Posterpresentatie
Johan en Jolien vatten de onderzoeksresultaten samen op een poster en Jolien presenteerde deze op het ESMO Breast Cancer-congres in Berlijn afgelopen mei. Daar bleek dat ook Deense collega’s dezelfde resultaten vonden bij het middel. Johan: “Op dit moment denken we na over hoe we verdergaan met deze studie, bijvoorbeeld als onderdeel van een grotere studie.”
Energie
Wat heeft het onderzoek de collega’s gebracht? “De samenwerking en energie op dit onderwerp waren fantastisch”, vertelt Jolien. “Collega’s waren zelfs op zondagmiddag bezig om de bevindingen door te geven. Het is geweldig dat we met elkaar klinisch relevant onderzoek hebben kunnen doen. En de resultaten waren verrassend.”
Johan vult aan: “Voor de oncologische zorg betekent het dat we nu beter inzicht hebben in de bijwerkingen. Daar kunnen we het samen met onze patiënten over hebben en op die manier een afweging maken tussen de gezondheidswinst en de toxiciteit. Ook denken we nog beter na over welke patiënten we dit middel geven. We zagen namelijk dat maar liefst 1 op de 3 patiënten stopt met het middel vanwege de bijwerkingen. Het mooie vind ik: één signaal heeft dit in gang gezet. Als ziekenhuis alleen had je dit niet voor elkaar gekregen. Het onderzoek is een prachtig voorbeeld van samenwerken binnen het netwerk van Onco Oost.”
Bij vragen kan je mailen met Inez Ytsma.
Foto: Johan Janssen en Jolien Tol.

