Vademecum systeemtherapie Neuro-oncologie Behandeling astrocytoom

In het MDO wordt afhankelijk van risicofactoren beoordeeld of patiënt in aanmerking komt voor directe radiotherapie en chemotherapie.

Indien geen indicatie voor directe radiotherapie / chemotherapie

Indien er geen reden is voor directe radiotherapie / chemotherapie, komt patiënt in aanmerking voor een onderhouds­behandeling met vorasidenib. Het doel hiervan is het moment tot noodzaak voor verdere aanvullende behandeling zoveel mogelijk uitstellen.

De behandeling bestaat uit dagelijks vorasidenib 40mg.

Verricht elke 3 maanden een MRI scan (dit interval wordt in de toekomst mogelijk uitgebreid).

Voor meer informatie zie artikel Ingo et al. NEJM 2023.

Indien indicatie voor postoperatieve radiotherapie / chemotherapie

Indien er een indicatie is voor postoperatieve radiotherapie, wordt dit in principe gevolgd door temozolomide chemotherapie:

  • Temozolomide, 12 kuren à 4 weken:
    • Temozolomide 200 mg/m2 p.o., dag 1 t/m 5
    • Indien eerder chemotherapie gehad, dan bij eerste kuur starten met temozolomide 150 mg/m2

Verricht na elke 3 kuren een MRI cerebrum.

Graad 4 astrocytoom

Er zijn geen aparte data beschikbaar voor IDH mutant graad 4 astrocytoom. Patiënten met deze tumoren waren echter wel vertegenwoordigd in de CATNON trial, waarin geen overlevings­voordeel van concomitant chemo­therapie werd aangetoond (van den Bent et al, Lancet Oncology 2026).

Voor graad 4 astrocytoom lijkt dan ook hetzelfde behandelplan met postoperatieve radiotherapie, gevolgd door temozolomide chemotherapie de beste keus.